Terug naar het overzicht

Paul Krugerstraat 2 door de ogen van de Monumentenadviseur

Alle lof voor aanpak nieuwe eigenaars


Paul Krugerstraat 2 en Emmastraat 120 vormen samen een dubbelherenhuis, bestaande uit een souterrain met erboven twee bouwlagen onder een pronkkap, bekroond met schoorstenen. Het huis naast dat van Remi en Natasja heeft dus de ingang aan de andere kant, aan de Emmastraat. Onze monumentenadviseur en bouwhistoricus Odwin Ralling werpt hier zijn licht op dit bijzondere pand. Over de geschiedenis, de architectuur, de monumentale waarden en de aanpak van de nieuwe eigenaren Remi en Natasja.

De twee panden zijn in 1904 ontworpen door Jan Stuyt in een op Engelse voorbeelden geïnspireerde vrije traditionalistische stijl. Karakteristiek voor deze stijl is de ruime toepassing van wit geschilderd pleisterwerk aan de bakstenen gevels. Karakteristiek is ook de vrije wijze, waarop vensters van verschillende vorm in de gevels geplaatst werden. Net als de voorkeur voor dakkapellen in bijzondere vormen, in dit geval halfrond en driehoekig.

De twee tegen elkaar gebouwde panden zijn zo gesitueerd dat zij samen een monumentaal bouwblok vormen, dat ligt op de hoek van Emmastraat en Paul Krugerstraat. Uit de verte lijkt het, alsof je met een grote vrijstaande villa te maken hebt in plaats van met twee tegen elkaar aangebouwde royale herenhuizen. Dit komt helemaal goed tot uiting op de historische foto uit 1912; op dat moment staat het huizenblok nog grotendeels vrij, omringd door grasland.


Het noorderdeel heeft als adres Paul Krugerstraat 2 en is tot 2000 grotendeels ongewijzigd gebleven sinds de bouw. In 1922 is enkel een toilet aangebracht. Het zuiderdeel onderging in 1939 een omvangrijke verbou­wing naar ontwerp van de Alkmaarse architect J. Luinge. Daarbij werd onder meer de oorspronkelijke buitentrap van de hoofdingang vervangen door een andere en er werd een nieuwe halfronde erker toegevoegd met eronder een garage.
De opdrachtgever voor de bouw van de huizen Paul Krugerstraat 2 en Emmastraat 120 was de Alkmaarse Bouwmaat­schappij Rijnecom. Deze bouwmaat­schappij, die een belang­rijk aandeel had in de ontwikkeling van het Emmakwartier, verhuurde de wonin­gen.

De indeling

De huizen Paul Krugerstraat 2 en Emmastraat 120 werden gebouwd met een groot souterrain. In dat souterrain waren aan de ene kant de gang met de trap, de provisieruimte en een berging ondergebracht. Aan de andere kant lagen in elkaars verlengde de keuken en de eetkamer. Deze ruimtes werden van elkaar gescheiden door een kastenwand.
Voor het overige kregen de huizen een hoofdindeling van een destijds gangbaar type. Zo werden op de bel-etage aan de ene kant de gang en de trap geprojecteerd en aan de andere kant kwamen twee kamers-en-suite met schuifdeuren. Op de verdieping kwam aan de ene kant de gang met een kleine (slaap)kamer te liggen en aan de andere kant kwamen twee grote (slaap)vertrekken.
De huizen zijn gespiegeld gebouwd, en wel zodanig dat de voordeuren en de gangen zich in het midden bevinden. Daarbij kreeg het ene huis (Paul Krugerstraat 2) de ingang in de oostgevel, terwijl het andere huis (Emmastraat 120) de ingang in de westgevel kreeg.

Vier gelijkwaardige gevels

Tot de bijzonderheden van de het huizenblok Paul Krugerstraat 2/Emmastraat 120 behoort het feit dat de architect ernaar gestreefd heeft om vier gelijkwaardige gevels te ontwerpen. Het traditionele verschil in karakter tussen voorgevel, achtergevel en zijgevels was hierbij verdwenen. Dat hangt samen met het feit dat het ging om een vrijstaand bouwblok, waarvan alle vier de gevels vanaf de openbare weg zichtbaar waren. Het geheel was geprojecteerd binnen het particuliere groen van de tuinen van de beide huizen.
Overigens waren de vier gevels weliswaar gelijkwaardig van opzet waar het de monumentale uitstraling betrof, zij hadden wel een verschillende indeling en detaillering. Gekozen was voor een paarsgewijze aanpak. Zo waren de oostgevel en de westgevel aanvankelijk identiek. Hier werden de monumentale entreepartijen gesitueerd. In de oostgevel die voor Paul Krugerstraat 2 en in de westgevel die voor Emmastraat 120. De entreepartij in de westgevel is nog oorspronkelijk, die in de oostgevel werd bij een ingrijpende verbouwing in 1939 gewijzigd.

Ook de noordgevel en de zuidgevel waren aanvankelijk identiek van opzet. Beide gevels hebben van het begin af aan een uitkragende erker, die zich uitstrekt over bel-etage en verdieping. De uitkragende erker aan de noordgevel behoort bij Paul Krugerstraat 2, die in de zuidgevel bij Emmastraat 120. Bij de eerder genoemde verbouwing van 1939 kreeg het huis Emmastraat 120 een tweede erker aan de zuidgevel, die aanzienlijk groter is dan de beide oorspronkelijke erkers.
Ondanks de grote verbouwing van 1939 dragen alle vier de gevels van Paul Krugerstraat 2 en Emmastraat 120 nog duidelijk de kenmerken van de vrije traditionalistische architectuur. Zo zijn zij van begin af aan gepleisterd en wit geschilderd geweest. Slechts het muurwerk van het souterrain, uitgevoerd in een paars gevlamde baksteen, bleef in het zicht, evenals de diverse bogen (onder andere rond de portiek) en rollagen boven de vensters, die eveneens uitgevoerd zijn in paars gevlamde baksteen.
Andere kenmerken van de vrije traditionalistische stijl aan de gevels zijn de asymmetrische groepering van de diverse onderdelen in de gevels en de variatie in venstervormen. Daarbij is een grote voorkeur te bespeuren voor de toepas­sing van kleine glasruitjes, hetzij gescheiden door houten roeden, hetzij gescheiden door loodstrips.

Rondboogvensters en dakkapellen

Van het pand Paul Krugerstraat 2 springen op de beletage de grote rondboogvensters op de noordoostelijke hoek in het oog. Volgens de ontwerptekening van 1904 hadden hier open bogen moeten komen die licht gaven aan een geplande loggia op de hoek van de Emmastraat. Maar reeds tijdens de bouw in 1905 werd besloten deze boog dicht te zetten met grote ramen, voorzien van bovenlichten met kleine ruitjes in houten roeden (later vervangen door glas-in-lood).
Tot de bijzonderheden van de panden Paul Krugerstraat 2 en Emmastraat 120 behoren ook de dakkapellen. Deze dakkapellen kregen een opmerkelijke vorm: zij bestaan uit een half tongewelf, voorzien van een halfrond venster met houten roeden. Rond deze dakkapelvensters loopt een fijn geprofileerde lijst. Het ooster- en westerdakschild kregen elk twee dakkapelen, terwijl het noorder- en zuiderdakschild elk voorzien werden van één dakkapel. In totaal waren er dus zes van deze bijzondere dakkapellen.
De tuinen van de panden Paul Krugerstraat 2 en Emmastraat 120 werden van de straat afgescheiden door halfhoge ijzeren hekken van een bijzonder type. De architect koos voor een hekwerk, samengesteld uit ijzeren treillis-panelen. Het huis Paul Krugerstraat 2 heeft nu een tuinhek dat een zorgvuldige replica is van het originele tuinhek. Bij Emmastraat 120 is geen tuinhek meer aanwezig.

Het interieur

Een ander bijzonder element van het huis is de trapleuning, bestaande uit brede planken gevolgd door twee slanke. In de brede planken zijn kleine ruitmotiefjes uitgezaagd. Ook de vierkante trappaal met geprofileerde bekroning op de bel-etage maakt deel uit van het oorspronkelijke ensemble.
Uit de bouwtijd bleef fijn gedetailleerd stucwerk in een strakke Jugendstil bewaard in de eetkamer van het souterrain. Het plafond is voorzien van een fijn geprofileerde omlopende lijst. Het veld bevat een middenornament met gestileerde bloemmotieven en bladornamenten binnen ellipsvormige bogen. Ook zijn bijpassende hoekornamenten aanwezig.
De nieuwe eigenaren, Remi en Natasja, hebben in de vertrekken op de bel-etage de stucplafonds naar dit voorbeeld gereconstrueerd. Hiertoe zijn mallen genomen van de originele ornamenten in het souterrain.
De vloer van het souterrain is afgewerkt met terrazzo (of granito), alsook de lambriseringen. De overgang tussen vloer- en wandafwerking is afgerond (met kwarthol) gesmeerd. Het oppervlakte vertoonde de nodige schades en scheuren, maar deze konden vakkundig worden hersteld.
Een fraai detail is het nog aanwezige dienstliftje, waarmee je vanuit de keuken in het souterrain de borden naar de bel-etage kon transporteren.

Architect Jan Stuyt

De ontwerper van het pand, Jan Stuyt (Purmerend 1868-‘s-Gravenhage 1934) was een bekende r.k. (Rooms katholieke) architect. Hij genoot zijn opleiding bij enkele prominente r.k. collega’s: eerst bij architect A.C. Bleys (1883-1891) en architect Pierre Cuypers (1891-1900). Vervolgens was hij met diens zoon Jos. Cuypers geassocieerd (1900-1908).
Stuyt heeft een omvangrijk en gevarieerd oeuvre op zijn naam staan, verspreid over het hele land. Daaronder een groot aantal markante Rooms katholieke kerken en ziekenhuizen. Ook op het terrein van de woningbouw was hij werkzaam. Van grote villa’s en herenhuizen tot en met complete wijkjes met arbeiderswoningen.
Rond 1905 maakte Stuyt ontwerpen in een vrije traditionalistische stijl, die beïnvloed was door Engelse voorbeelden. Daarna ging hij ontwerpen in een meer behoudende traditionalistische stijl, die sterk gebaseerd was op voorbeelden uit de late zeventiende eeuw – de tijd van het Hollands classicisme – en de achttiende eeuw.

Ook in Alkmaar heeft Stuyt diverse opdrachten gehad. Enkele panden in het Emmakwartier (waaronder deze twee en Emmastraat 73-75, allemaal gebouwd rond 1904) behoren tot zijn vroegste Alkmaarse werken. Later maakte hij onder meer ontwerptekeningen voor het pand Oudegracht 291 (1909) en voor de restauratie/verbouwing van het Alkmaarse stadhuis (1912-1913). Kort na de Eerste Wereldoorlog ontwierp hij arbeiderswoningen voor de Vereniging voor Volkshuisvesting rond de Dahliastraat en de Bruinvisstraat in Bloemwijk. In 1925 was hij opnieuw actief in het Emmakwartier: toen ontwierp hij het St. Elisabethziekenhuis aan de Van Everdingenstraat.

De aanpak van Remi en Natasja

Een pand als dit heeft natuurlijk ontzettend veel karakter, door de monumentale verschijning maar ook doordat er relatief weinig aanpassingen zijn gedaan in de loop der jaren. Anderzijds zorgt dit laatste ook juist voor de nodige uitdagingen bij het toekomstbestendig herinrichten.
Het pand verdiende veel aandacht aan onderhoud toen Remi en Natasja het kochten. Tot de instandhoudingswerkzaamheden behoorden meerdere herstelwerkzaamheden aan het casco. Van scheurherstel in het metselwerk en herstel van aangetast houtwerk tot en met het vernieuwen van schilderwerk.

Daarnaast is goed nagedacht over verduurzaming. Zo zijn de gevels voorzien van geïsoleerde voorzetwanden. De geprofileerde betimmeringen rond de vensters zijn zorgvuldig verbreed vanwege de grotere wanddikte. Ook betimmerde lambriseringen onder de vensters zijn hersteld en op enkele plaatsen gereconstrueerd. Ook het dak werd na-geïsoleerd. Aan de binnenzijde is tussen de gordingen van de kapconstructie isolatie geplaatst. De oorspronkelijke spantconstructie bleef in het zicht. Een aanvullende wens is het plaatsen van dunne isolerende beglazing (zogenaamd monumentenglas) in de bestaande vensters, zodanig dat de huidige detaillering gehandhaafd kan blijven.

Alle lof

Een noodzakelijke aanpassing was de plaatsing van een berging aan het huis; het oorspronkelijke ontwerp voorzag daar niet in. De eigenaren hebben architect Rob de Vries daarvoor ingeschakeld. Meerdere opties zijn de revue gepasseerd, maar de uiteindelijk gerealiseerde optie is bijzonder geslaagd. De Vries heeft de berging half verdiept ontworpen, op het niveau van het souterrain, en bereikbaar gemaakt met een hellingbaan. Door de situering aan de noordgevel en de materialisatie in baksteen met een fijne zinken kraal al beëindiging, valt het aangebouwde volume nagenoeg weg als ware het onderdeel van de plint.
Zowel in het voortraject als bij de uitvoering hebben we nauw contact onderhouden om tot dit fraaie resultaat te komen. Remi en Natasja hebben alle onderdelen zorgvuldig voorbereid en zijn op respectvolle manier omgegaan met de monumentale waarden van het pand. Dit kon worden beloond met een bijdrage in de vorm subsidie. Daarnaast (en bij deze) met alle lof voor de aanpak!

Odwin Ralling, monumentenadviseur

Lees ook het interview met de nieuwe eigenaren Remi en Natasja