Het Heilige Geestgasthuis en de zeven werken van barmhartigheid
Voordat het waaggebouw een waaggebouw werd, zat hier tot in de zestiende eeuw het Heilige Geestgasthuis. Bedoeld voor de opvang van arme reizigers die drie dagen en nachten onderdak kregen. Zieken konden hier ook terecht voor verpleging. In de kapel konden zij de kerkdiensten bijwonen. En dat was bijzonder, want mensen met een besmettelijke ziekte konden in andere kerken niet terecht. In opdracht maakte ‘De Meester van Alkmaar’ speciaal voor het gasthuis, een werk dat bestaat uit zeven delen: De Zeven Werken van Barmhartigheid.
Het Heilige Geesthuis begon als een klein gasthuis. Maar de kapel die erbij hoorde, groeide in grootte en schoonheid. In 1558 is de kapel het grootst met een nieuwe toren uit 1541 met elf klokken en drie altaren. Het Heilige Geestgasthuis was verplicht om op avonden als Pasen, Kerstmis en Allerheiligen eten uit te delen aan 72 armen. Dat eten bestond uit brood en toespijs, ofwel broodbeleg. ‘Eten geven aan de hongerigen’ is één van de zeven werken van barmhartigheid die geschilderd zijn door de Meester van Alkmaar.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


De werkelijke naam van de schilder is overigens onbekend. Hij wordt altijd en overal de “Meester van Alkmaar” genoemd. In opdracht maakte hij dit werk van bijna vijf meter breed. Het bestaat uit zeven panelen, de Zeven Werken van Barmhartigheid. Na de opheffing van het Heilige Geestgasthuis rond 1570 werd het werk geschonken aan de Grote Kerk van Alkmaar. Maar alweer sinds een aantal jaren is het te bewonderen in het Rijksmuseum. Met de nodige littekens van verwoestingen tijdens de Beeldenstorm. Het werk is zelfs beklad geweest met zwarte verf. Maar die kon gelukkig verwijderd worden.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

De zeven werken zijn:
- Eten geven aan de hongerigen
- Drinken geven aan de dorstigen
- De naakten kleden
- De doden begraven
- Vreemdelingen voorzien van onderdak
- De zieken bezoeken
- Gevangenen bezoeken
Op de panelen zien we een Middeleeuwse, maar niet bestaande stad. De schilder zal waarschijnlijk wel zijn inspiratie hebben gehaald uit Alkmaar. Hoewel de stad toen nog voornamelijk houten huizen had. Het werk geeft een inkijk in onder andere de gezondheidszorg van toen. Dat zie je vooral op het zesde paneel. Er zijn gordijnen geplaatst bij de bedden voor de zieken. Dit was niet alleen voor de privacy. In die tijd werd zo’n gordijn ook beschouwd als bescherming tegen besmettelijke ziekten. Of het Heilige Geestgasthuis er ook zo uitzag, weten we niet.
Elk paneel een onderschrift
Bij elk paneel staat een onderschrift dat één van de werken van barmhartigheid beschrijft. Zo staat er bij het zesde paneel: “Wilt ziecken ende crancken vysenteren, u loon zal ewelick vermeren.” Vrij vertaald: ‘Als je de zieken bezoekt, zal je loon tot in de eeuwigheid toenemen’. Er is een hoop te zien op het paneel. Veel details die de boodschap van de werken van barmhartigheid uitleggen en ondersteunen.
Zo zien we op de tweede foto een groep bezoekers die het middeleeuwse verzorgingshuis bezoekt. Onder hen ook Jezus. Het kan goed zijn dat ze ook een donatie geven. Het was in de late middeleeuwen gebruikelijk dat je als opdrachtgever zelf ook op het doek of paneel te zien was. Het is opvallend dat de gezichten van deze mannen zo gedetailleerd zijn. Dus wie weet, waren het de opdrachtgevers vanuit het Heilige Geestgasthuis?
De vrouw die de beker vast heeft, lijkt in overleg te zijn met de man die zijn handen uitsteekt. Haar mooie kleding doet vermoeden dat zij een hoge positie heeft binnen het verzorgingshuis.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)



In de uitsnede van de derde foto zien we het bed met de gordijnen, waar een man zijn zieke vrouw komt bezoeken. Ze houden elkaars hand vast. In hun ogen een ernstige, maar liefdevolle blik. Achter de houten afscheiding, zien we nog een bed met groene lakens. Hier staat een bezoeker aan het bed van de patiënt, met een beker en lepel in zijn handen. Naast het bed van de vrouw die te eten krijgt, zit een man op de vloer. Aangezien hij geen kleren aan heeft, wordt hij waarschijnlijk gewassen. Ondanks de warmte van het haardvuur erachter, ziet het er niet uit alsof hij zich op zijn gemak voelt.
Zo vertelt elk paneel een heel verhaal. Met elkaar geven ze een mooi beeld van een middeleeuwse stad. En een idee van hoe het Heilige Geestgasthuis er misschien uitzag van binnen.
