Tag: Martijn Pieters
Lezing Chez Matisse! in de Kunstkerk
Matisse en het Franse Fauvisme
Door Martijn Pieters
Henri Matisse (1869–1954) geldt als de grote vernieuwer van de 20ste eeuwse kunst. Zelfs Pablo Picasso zou hebben gezegd: “Hoe je het ook bekijkt, uiteindelijk is er alleen Matisse“. Dit najaar opent er in het Museum H’Art in Amsterdam een overzichtstentoonstelling van deze veelzijdige kunstenaar, aangevuld met werk van tijdgenoten en kunstenaars, die door hem beïnvloed zijn. Meer dan 30 werken van Matisse zelf komen uit de grote collectie van het Centre Pompidou in Parijs. Andere meesterwerken, zoals ‘Harmonie in rood), ‘La Danse’ of ‘La Musique’ komen St. Petersburg natuurlijk niet uit, maar komen wel in de lezing aan bod.
Matisse doorliep verschillende stromingen voordat hij tot zijn intuïtieve kunst, waarbij hij op gevoel de kleurcombinaties, die harmonieus moesten werken, uitkoos. Net zo gemakkelijk veegde hij een doek weer schoon als het eerste resultaat hem niet beviel. Samen met Maurice De Vlaminck en Andre Derain schokte hij de kunstwereld, toen hij in 1903 op de Parijse Salon d’Automne een kleurrijk portret van zijn echtgenote toonde. Het ontlokte een kunstcriticus de kreet: ‘Donatello temidden van wilde beesten’. Tot aan zijn dood in 1954 bleef hij productief, een omvangrijk en zeer gevarieerd oeuvre achter latende.
€ 15,- inclusief koffie of thee in de pauze
Martijn Pieters studeerde Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Lezing James McNeill Whistler in de Kunstkerk
Enfant terrible, dandy en dwarsligger
Door Martijn Pieters
De 19de eeuw ontbreekt het niet aan sterke en invloedrijke individuen, die de kunsten van nieuwe impulsen en richtingen zouden voorzien. Een daarvan was de Amerikaan Whistler, die een van de eerste schilders was, die de uitspraak ‘kunst omwille van de kunst’ tot zijn credo maakte. Via het werk van zijn vader, een ingenieur, kwam men in St. Petersburg terecht, waar de jonge James kunstlessen zou nemen. In 1847 was hij bij familie in Londen, waar de liefde voor de kunsten aangewakkerd werd. Ondanks pogingen van zijn moeder om haar zoon een andere richting op te sturen zou hij toch voor het kunstenaarschap kiezen. Daarbij zou hij zich steeds meer richten op arrangementen van kleur, resulterende in allerlei titels als ‘Symphony in White’ en ‘Nocturnes’. Een andere bijzondere creatie was de ‘Peacock Room’ voor de Engelse reder Frederick Leyland. Whistler ging hier volledig zijn eigen gang, wat hem een conflict opleverde met de opdrachtgever. Ook kwam het tot een rechtszaak tegen de criticus John Ruskin, die één van zijn nachtvoorstelling een slechte recensie had gegeven. Whistler bouwde een reputatie als dwarsligger en rebel op. Het Van Gogh Museum wijdt dit najaar voor het eerst een monografische tentoonstelling aan zijn schilderwerk.
€ 15,- inclusief koffie of thee in de pauze
Martijn Pieters studeerde Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Whistler: Dandy en dwarsdenker. Amsterdam, Van Gogh Museum, 16 oktober 2026 t/m 10 januari 2027
Cursus ‘Als ick can’ Jan van Eyck in de Kunstkerk
De Grootmeester van het detail
Door Martijn Pieters
Drie lessen op 11, 18 en 25 augustus
Jan van Eyck wordt door velen gezien als de grondlegger van de prachtige Ars Nova, de ‘nieuwe kunst’ die zich aan het begin van de 15de eeuw zou manifesteren in de rijke Vlaamse burgersteden en residenties van de Bourgondische hertogen. Hoewel de opvatting dat Jan van Eyck de olieverf zou hebben uitgevonden naar het rijk der fabelen verwezen moet worden, was hij wel één van de schilders, die met dit medium de werkelijkheid tot in het detail wist te evenaren. Beroemde werken als het Lam Gods in Gent, het Arnolfini portret in Londen, het kleine triptiekje in Dresden en de epitaaf voor kanunnik Joris van der Paele in Brugge blijven tot de dag van vandaag verbazen in hun stofuitdrukking. Ondanks eeuwen lang onderzoek, nieuwe technische gegevens en inzichten blijft er een hoop onduidelijk over het oeuvre en de loopbaan van de schilder. Geboren in de Maasvallei zal hij zijn opleiding ergens in een van de centra in die streek hebben genoten. Na tussen 1422-1425 werkzaam geweest te zijn voor Jan van Beieren, graaf van Holland, wordt hij hofschilder in dienst van de hertog van Bourgondië, Filips de Goede. Na de dood van Van Eyck in 1441 ontvangt zijn weduwe nog een pensioen van de hertog. Uit deze periode is zijn bestaande werk bekend. In de drie lezingen zal de oorsprong, werk en invloed van Jan van Eyck onder de spreekwoordelijke loep genomen worden. Een vervolg op de Gebroeders Van Limburg van vorig jaar. Bovendien is er dit najaar en volgend voorjaar in Londen een tentoonstelling over de portretten van Van Eyck.
€ 45,- inclusief koffie of thee in de pauze
Martijn Pieters studeerde Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Londen, National Gallery, Van Eyck: The Portraits. 21 november 2026 – 11 april 2027
