Een plakje Hoornvaarderssteeg

Vondst op vrijdag

13 maart 2026

Een ongebruikelijke vondst deze week. Guus belicht een intrigerende plak werkplaatsafval uit wat ooit de Hoornvaarderssteeg werd genoemd.

In september waren wij aan het graven aan het Verdronkenoord. Op de plek waar de Laurentiuskerk een nieuwe foyer zou gaan bouwen die er inmiddels staat. Tijdens het onderzoek vonden we resten van enkele kleine opstallen achter de hoofdwoningen aan het Verdronkenoord. Deze onderkomens waren vroeger bereikbaar via een steeg langs de westzijde van Verdronkenoord 66. De naam van de steeg was Hoornvaarderssteeg, naar de beurtschippers die heen en weer voeren tussen Alkmaar en Hoorn. Maar de steeg werd ook wel Doloomsteeg genoemd, naar één van de eerste eigenaren: Jan Claesz Dol.

Een plek voor pottenbakkers

Uit vermeldingen in historische akten blijkt dat de opstallen aan de Hoornvaarderssteeg vaak werden gebruikt als werkplaats. Onder andere door verschillende pottenbakkers die elkaar opvolgden tussen 1597 en 1681. Als stille getuigen vonden we een dunne laag schone klei op een bakstenen vloertje en een kleine hoeveelheid pottenbakkersafval. Dat laatste was voornamelijk roodbakkend aardewerk. En in de schone klei op de vloer vonden we ook een ronde schijf pek of teer.

De schijf verspreidde direct al een indringende en sterk afstotende geur. Een geur deed mij deed denken aan bezoeken aan het Zuiderzeemuseum. Een geur die ik associeer met oude schuren, scheepswerven en touwslagerijen. Het kon wel eens pek of teer zijn dat hier verzeild was geraakt als restant van de uitvoering van een oud ambacht…

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Houtteerpek

Pek is een restproduct dat overblijft na de productie van teer. Historisch gezien werd het gebruikt om de naden in scheepsrompen – de breeuwnaden – waterdicht af te dichten. Pek kan worden gewonnen uit (naald)hout, maar ook uit steenkool. In de scheepvaart werd doorgaans pek op basis van houtteer gebruikt. Pek uit steenkoolteer hardt namelijk te snel uit en wordt dan bros. Houtteerpek had in de scheepsbouw de voorkeur: het wordt pas vloeibaar of smeerbaar wanneer het wordt verhit en wordt alleen bros bij temperaturen onder het vriespunt.

We hadden snel een kleine hoeveelheid van het materiaal verzameld. Via Wouter Vermeer van onderzoeksbureau BIAX kwam ik vervolgens in contact met professor. dr. hab. Jerzy J. Langer in Polen. Hij is gespecialiseerd in de chemische en microscopische analyse en de praktische toepassingen pek, teer en harsen die gevonden worden bij archeologisch onderzoek.

Waterdicht naaldhoutteer

Het monster dat ik hem toestuurde blijkt een waterdichte samenstelling te zijn van naaldhoutteer, pek en minerale toevoegingen. Waaronder fijne pyrietkorrels, silica en minerale en organische vezelachtige materiaaldeeltjes. Deze toevoegingen versterken het materiaal en geven het structuur. En daardoor het bijzonder geschikt voor het afdichten, waterdicht maken en beschermen van gebouwen en vaartuigen.

Onze schijf had een diameter van 70 cm en een dikte van ongeveer 15 cm. Op basis van de berekende inhoud moet deze schijf ongeveer 60 liter materiaal hebben bevat. Het geheel woog dan ook enkele tientallen kilo’s. Ik kon hem alleen kantelen, hij was te zwaar om te tillen. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat dit afval is van incidenteel gebruik door een particulier. Het moet haast wel afkomstig zijn van een werkplaats. Ik vertelde onze collega uit Haarlem, Joppe Gosker, hierover. En hij opperde dat het afval, gezien de vorm van de schijf, misschien oorspronkelijk in een houten vat zat. Van een houten vat was geen spoor te bekennen tijdens de opgraving. Maar het is inderdaad zeer aannemelijk dat de pek ooit in een houten vat op het achtererf heeft gestaan. De geur is namelijk zo intens dat je er in een afgesloten ruimte niet lang in de buurt kan en wil zijn.

Bezinksel

Volgens professor dr. hab. Jerzy J. Langer is het materiaal bewust samengesteld door toevoeging van extra bestanddelen: versterkende vezels en conserverende mineralen. Onze ‘schijf’ kan een restant zijn van bezinksel op de bodem van een vat, waarvan de eigenschappen het moeilijk maakten om het nog te gebruiken. Ook is het volgens Langer mogelijk dat het materiaal is achtergelaten door de bemanning van een praam, die dit samengestelde materiaal gebruikte voor routinematige reparaties.

De naam van de (scheeps)timmerman die de pek op zijn erf had staan, is helaas niet bekend. Maar deze vondst aan een steeg die ook bekend stond als Hoornvaarderssteeg, spreekt wat mij betreft boekdelen.

Vondst op vrijdag wordt samengesteld door Guus van den Berg, archeoloog team Erfgoed, gemeente Alkmaar.

Bekijk hier alle ‘Vondsten op vrijdag’

Strijkglas van het Verdronkenoord

Aan het Verdronkenoord in Alkmaar, bij de ingang van de Laurentiuskerk, zijn onze archeologen sinds dinsdag druk aan het graven. Jesper van archeologenbureau Argo vertelt over het strijkglas uit de zeventiende eeuw.

Tegel van het Verdronkenoord

Aan het Verdronkenoord in Alkmaar, bij de ingang van de Laurentiuskerk, zijn onze archeologen sinds dinsdag druk aan het graven.

Sint Laurentiuskerk, Verdronkenoord

De rooms-katholieke Sint Laurentiuskerk is één van de vroegste werken in Noord-Holland van de beroemde architect Pierre Cuypers uit Roermond. Het is een kerk op de plattegrond van een Latijns kruis.