De Jonge Reiziger in het stadhuis
Toen eind achttiende eeuw de zaken van koopman Jan Aukes Backer uit Harlingen achteruitgingen, besloot hij als schrijver door het land te trekken. Zijn observaties beschreef hij in de vorm van een briefroman met de titel ‘De jonge reiziger door Nederland’. De ik-figuur Ferdinand schrijft brieven aan Charlotte over zijn bezoekjes aan plaatsen als Enkhuizen tot Overflakkee. Ook Schermerhorn en Alkmaar komen in zijn brieven voor. Over het Alkmaarse stadhuis was hij bijzonder enthousiast.
‘De jonge reiziger door Nederland’ werd in drie delen uitgebracht in 1789 en 1790. Op het titelblad een afbeelding van Charlotte terwijl ze een brief van Ferdinand leest. Daarin schrijft hij niet alleen over de geschiedenis van de plaatsen die hij bezoekt, maar ook over theaterbezoeken en alles wat zich afspeelt in zijn persoonlijke leven.
Ferdinand in Alkmaar
In zijn brief aan Charlotte schrijft Ferdinand dat hij drie uur in en om de stad Alkmaar gelopen heeft, samen met zijn nieuwe Amsterdamse vriend ‘Crappius’. Hij merkt op dat het erg stil is en dat hij weinig mensen tegenkomt op straat. Ondanks het grote inwonersaantal van wel meer dan 15 duizend mensen (in 2026 ongeveer 112 duizend!). Maar ondanks dat het stil is op straat, is Alkmaar volgens Ferdinand één van de prettigste steden voor goede gesprekken. En volgens de brievenschrijver is er een grote liefde voor muziek.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)



Stadhuis een fraai gezicht
Ferdinand is niet zuinig met zijn complimenten over het Alkmaarse stadhuis. Uit zijn brief: “Men mag zelf met recht zeggen dat het (stadhuis) een fraai gezicht is, versierd met een mooie toren. Het is al bijna drie eeuwen oud en gebouwd op de grond van het oude Stadhuis. In het gebouw vindt men een goed aantal kamers (vertrekken), die elk met smaak behangen zijn. Je gaat aan de voorkant het dubbele bordes op met leuningen, beide van hardsteen. Achter het gebouw is een mooi aangelegde tuin, waar de Burgemeester en de Schepenen vanuit hun kamers op uit kijken. Wat opvallend is, is de put gemaakt van stenen van het Klooster van Egmond. Het gebouw heeft nog een tweede ingang, waar boven twee beelden staan, van Gerechtigheid en Voorzichtigheid.” (zie de afbeelding voor de originele tekst)
Vriendenboekje
Met zijn nieuwe vriend bezoekt hij niet alleen de stad. Hij vertelt dat ze ook in elkaars ‘Album Amicorum’ hebben geschreven. Iets wat wij nu kennen wij nu zouden kennen als een vriendenboek(je). De tekst die Ferdinand in dit vriendenboekje schreef, lijkt qua tekstopbouw ook erg op de vroeger populaire poëzie- of poesiealbums. Hij omschrijft op rijm hoe hecht de vriendschap is. En dat die “ten levens eind zal duren”, ondanks dat zij elkaar maar korte tijd hebben gezien.
In het boek vind je, behalve de beschrijving van het stadhuis, nog veel meer beschrijvingen van de stad en de gebouwen in Alkmaar. De brieven geven een mooie inkijk in hoe iemand aan het eind van de achttiende eeuw verschillende steden in Nederland beleefde.
Moriaanshoofd
Stadhuis
