Terug naar het overzicht

Archeologen vinden verdwenen dorp bij De Woude

Resten van Wouthuyse aangetroffen bij ‘werk aan de weg’

Op dit moment wordt in opdracht van de provincie gewerkt aan de N244 en de N246, van Wormerveer tot Alkmaar. Wegwerkzaamheden leiden tot grondverzet en om te voorkomen dat eventuele waardevolle archeologische resten verloren zouden gaan, zijn begin mei, voordat de werkzaamheden begonnen, archeologen op onderzoek uit gegaan. En met succes. Ze vonden de resten van een gebouw en andere sporen van het verdwenen dorpje Wouthuyse, een voorloper van buurtschap De Woude.

Het tracé waar aan de weg wordt gewerkt, doorkruist de gemeenten Alkmaar, Castricum en Zaanstad. Het archeologisch onderzoek is verricht in opdracht van de wegenbouwers en de provincie Noord-Holland en uitgevoerd door de archeologische firma RAAP uit Leiden. Zij startten met een vooronderzoek dat al snel aanleiding gaf tot verder onderzoek, inclusief opgravingen.

Romeinse nederzetting

De vooronderzoeken bestonden uit twee onderdelen. Een bureaustudie naar de vooraf al bekende archeologische gegevens van deze plek. En een onderzoek ter plekke in de vorm van grondboringen, verdeeld over het gehele tracé. Hierbij stuitten de archeologen onder meer op een vindplaats bij de afrit van de pont van De Woude. De plek waar een rotonde en een stuk parallelweg aangelegd zouden worden. Op deze plek waren ooit al resten gevonden van een nederzetting uit de romeinse tijd. Dat was bij de eerste aanleg van de N246, in 1957-1958. Er zouden hier dus nog meer overblijfselen van deze nederzetting in de bodem kunnen zitten. De aangetroffen resten lagen in 1957 vrijwel direct op het veen, onder een laag grijze klei die is ontstaan bij middeleeuwse overstromingen.

Op dezelfde plek zien we op zeventiende-eeuwse kaarten een gehucht, bestaande uit een handvol huisjes. Over dit gehucht, dat Wouthuyse heette, is vrijwel niets bekend uit archiefbronnen. Het ligt op een deel van het veeneiland van De Woude. Dit deel is in 1643 afgesneden door het graven van de Markervaart bij de droogmakerij van de Starnmeer. Een deel van Wouthuyse lijkt toen ook te zijn weggegraven door dit kanaal, dat moest dienen als waterweg na het wegvallen van de vaarroute over het meer.

Vijf partijen

De N246 vormt tegenwoordig de gemeentegrens tussen de gemeenten Alkmaar en Castricum. Daardoor zijn beide gemeenten hier het bevoegd gezag voor toezicht en handhaving van vergunningen, ook als het gaat om archeologie. Beslissingen over het onderzoek moesten in goed overleg genomen worden met de andere partijen, onder wie de provincie Noord-Holland als opdrachtgever, de wegenbouwer Dura Vermeer, en archeologiefirma RAAP, als uitvoerder van het onderzoek.

Op basis van de vooronderzoeken werd besloten om proefsleuven te graven aan weerszijden van de weg. Dit om te bepalen of er nog waardevolle resten in de bodem zaten uit de romeinse tijd of van Wouthuyse. Om tijd en kosten te besparen, is afgeweken van de normale procedures in dit soort situaties. Afgesproken werd dat de archeologen meteen konden overgaan op een uitvoeriger opgraving, zodra er resten zouden worden aangetroffen in de proefsleuf. Dit uiteraard wel na afstemming met gemeenten en opdrachtgevers.

De proefsleuven

De eerste proefsleuf langs de oostkant van de weg (gemeente Alkmaar) leverde geen archeologische sporen op. Afgezien van een puinlaag met veel aardewerk, waarvan het vroegste materiaal nog zestiende-eeuws lijkt en het jongste materiaal toch ook nog van voor 1700. De eventuele resten uit de romeinse tijd kunnen hier zijn weggespoeld tijdens middeleeuwse overstromingen, maar ze kunnen ook verstoord zijn door de werkzaamheden aan de weg uit 1957 en -58 of de latere aanleg van de diverse kabels en leidingen. De archeologen ondervonden bij hun graafwerk overigens veel overlast van het grondwater.

De proefsleuf aan de westkant (gemeente Castricum) kon alleen worden aangelegd ten noorden van de afrit naar de pont. Ten zuiden van de afrit staat namelijk een bosje met jonge bomen waarin een flinke laag water staat. Toen in deze proefsleuf de resten werden gevonden van een gebouw van Wouthuyse is meteen besloten tot opgraving van dit stuk terrein.

De opgraving

Het eerste vlak, ofwel opgravingsniveau, was heel ondiep en het terrein bleef hier gelukkig keurig droog. Onder een stralend voorjaarszonnetje kon in een deel van het terrein zelfs het onderste vlak blootgelegd worden op het veen. Dit gelukkig met slechts beperkte wateroverlast. Ook hier werden op het veen geen vondsten uit de romeinse tijd aangetroffen.

Baksteen en potscherf

Het veen bleek al in de late Middeleeuwen in stroken te zijn afgegraven voor turfwinning. Brede greppels in het veen werden vervolgens weer gedempt met klei uit de omgeving, waarin af en toe ook een enkele baksteen en potscherf zat. De datering van de gevonden bakstenen en potscherven zijn overigens nog niet bekend. Het landschap is daarna door een overstroming getroffen die over het hele terrein een laag van 10 tot 20 cm grijze klei achterliet.

Voor de bouw van een huis is er op de kleilaag een platform opgeworpen van klei. Hierin zat nog wat puin en aardewerk, waarschijnlijk uit de periode rond 1600. Op dit platform kwamen de resten te voorschijn van een gebouw waarvan de staanders rustten op bakstenen voeten (‘poeren’). De archeologen vonden daarbij ondiepe bakstenen funderingen van een zijwand en een tussenwand. Het is de vraag of er op die funderingen stenen muren hebben gestaan. Het kan ook zijn dat hier sprake was van alleen houtbouw, zoals in de ‘Zaanse bouwstijl’. De staanders leveren bij elkaar een plattegrond op van een gebouw met drie beuken, ongeveer in oost-west richting gelegen.

Een weggetje met zes huizen

Op de kaart van 1680 bestaat dit deel van Wouthuyse uit een weggetje dat globaal in noord-zuidelijke richting loopt. Aan weerskanten van het weggetje staan drie huizen naast elkaar, met de voorgevel aan de weg. De opgegraven resten betreffen vermoedelijk het noordwestelijke erf van dit gehucht. Het tweede erf  zal onder de oprit naar de pont hebben gelegen en het derde in het moerassige bosje ten zuiden ervan.

Misschien is hier uiteindelijk nog nader onderzoek mogelijk als het water wordt weg gepompt en de boompjes zijn verwijderd. Maar het is de vraag of de bodem hier niet al teveel is verstoord.

Zeventiende eeuw

Het gevonden materiaal lijkt merendeels uit de zeventiende eeuw te komen, tot ongeveer 1680. Dat zou dus betekenen dat het dorpje Wouthuyse al kort na opmeting van de kaart van Johannes Dou (1680) moet zijn verdwenen. Maar de precieze datering van de vondsten zal nog moeten worden geverifieerd bij de verdere uitwerking.
Dus: wordt vervolgd in de nieuwsbrief van december.

Peter Bitter, vakgroep erfgoed gemeente Alkmaar

Voetnoot: de naam Wouthuyse komt in Nederland vaker voor, onder andere zo’n 5 kilometer ten noorden van De Woude bij Driehuizen. ‘Woud’ verwijst meestal naar moerasbos in veengebieden.

Bronnen:

Coppens, C.F.H., 2017: Plangebied N246 in Noord-Holland, gemeenten Alkmaar, Castricum en Zaanstad. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende en deels karterende fase), RAAP-notitie 5788, Leiden.

Helderman, E.J., 1958-1959: Een Friese nederzetting op het veen bij Marken Binnen (prov. N-Holl.), Westerheem Jg.7 blz.92-97 en 102-107 en Pl.XVI-XVIII en XXI-XXIII, Jg.8 blz.2-6.

Jordanov, M.S., 2016: Plangebied Groot Onderhoud N244A-N246, provincie Noord-Holland

Gemeentes Alkmaar, Zaanstad, Castricum en Uitgeest. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, RAAP-rapport 3159, Weesp.