Terug naar het overzicht

Hoe oud zijn de molens van de Zes Wielen?

Jaarringenonderzoek in molen B brengt meer duidelijkheid

Hoe oud zijn de molens aan de Molenkade in Oudorp? Er is altijd wat onduidelijkheid geweest over de precieze bouwjaren. Zijn ze allemaal in 1630 gebouwd, toen de polder Heerhugowaard droogviel? Of zijn de (toen nog) zes molens in verschillende fases gebouwd? Inmiddels heeft bouwhistorisch onderzoek, of om precies te zijn dendrochronologisch onderzoek, gezorgd voor meer duidelijkheid. Het blijkt dat molen B, de eerste molen vanaf Alkmaar, waarschijnlijk het eerst is gebouwd. De molen van dichtbij bekijken? Hij is geopend op Open Monumentendag, zaterdag 9 september.

In het begin van de zeventiende eeuw werden verschillende polders rond Alkmaar drooggelegd. Om het overtollige water van het Geestmerambacht en de Heerhugowaard te verwerken, werden de strijkmolens van de Raaksmaatboezem gebouwd. Die maalden het water af naar de Schermerboezem. In totaal hebben er veertien strijkmolens gestaan. Zes aan de Molenkade in Oudorp, vier achter Oudorp en vier bij Rustenburg.

Zes Wielen

De strijkmolens aan de Molenkade worden ook wel de molens van de Zes Wielen genoemd. Hoewel die naam op zich niets met het aantal molens te maken had, stonden hier aanvankelijk dus wel zes molens. De zesde strijkmolen aan de Molenkade brandde af in 1688 en werd niet herbouwd.

In 1941 verloren de overgebleven strijkmolens hun functie doordat de Raaksmaatboezem verbonden werd met de Schermerboezem. De molens, die sinds de negentiende eeuw werden aangeduid met letters (molen A tot en met E) werden buiten bedrijf gesteld. En molen A werd afgebroken. Toen waren er nog maar vier molens over. De molen die het dichtst bij Alkmaar ligt, is molen B.

Dendrochronologie of jaarringonderzoek is een wetenschap die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen. Dit gebeurt aan de hand van reeks van groeiringen die je in het hout van de betreffende voorwerpen kunt herkennen.

Bomen die in hetzelfde gebied aan dezelfde klimaatomstandigheden zijn blootgesteld zullen namelijk een vergelijkbare reeks hebben van dikke en dunne jaarringen. En die reeks kun je zien als je een houtmonster neemt met een zogenaamde holle boor (vergelijkbaar met een ‘appelboor’). Om hier vervolgens conclusies aan te kunnen verbinden, kun je verschillende databases raadplegen. Daarin vind je reeksen van jaarringen die kunnen helpen de leeftijd van een houten voorwerp te bepalen. En soms kun je er zelfs de groeiplaats van de boom mee vaststellen.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Eikenhout

Drie jaar geleden, in 2020, is al eens dendrochronologisch onderzoek gedaan in strijkmolen D. De houtmonsters die hier toen genomen zijn, wezen uit dat er eikenhout was gebruikt dat was gekapt tussen 1625 en 1629. Nu kon vers gekapt hout niet direct worden verwerkt. Meestal werd het pas ongeveer twee jaar na de kap gebruikt. Het is dan ook aannemelijk dat strijkmolen D in 1630-31 gebouwd is. Vergelijkbaar onderzoek van molen E leverde vervolgens een vermoedelijk bouwjaar op van 1650-51. Veel later eigenlijk, dan verwacht. Het werpt de vraag op of molen E wellicht kort na de bouw (deels) weer is herbouwd vanwege bijvoorbeeld brand.

Inmiddels zijn de dendrochronologische resultaten bekend van het recente onderzoek in strijkmolen B. Het blijkt dat de houtmonsters die daar genomen zijn afkomstig zijn van eiken die gekapt zijn in 1622 en 1625. Bij een ander monster komen we uit op 1621 met een marge van 5 jaar. Dat maakt de bouw van molen B in 1627-28 aannemelijk. En dat past mooi bij het jaartal dat molenaar Arie Groot al eerder op zijn molen had aangebracht.

Gestart vanaf Alkmaar

Zoals aangegeven, kunnen we de bouwjaren van de molens niet exact bepalen. Wel is op basis van de houtmonsters van de molens B, D en E duidelijk dat de bouw destijds waarschijnlijk in het westen is begonnen. Ze zijn dus vanaf de Alkmaarse kant gestart met het bouwen van de strijkmolens aan de Molenkade. Molen B en D zijn gebouwd rond de tijd dat de Geestmermeer werd drooggelegd en molen E is van ruim twintig jaar later.
De verwachting was dat de eerste twee molens (molens A-B) van rond 1627 zouden zijn, en de andere vier (molens C-F) van rond 1630. Het dendrochronologische onderzoek bevestigt dit voor molens B en D. Maar molen E wijkt daar dus, om onduidelijke reden vanaf.

Jammer dat de eerste en de zesde molen niet meer bestaan. Anders hadden we ook hier dendrochronologisch onderzoek kunnen doen en hadden we een meer compleet beeld gehad.

Jeroen van der Kuur, bouwhistoricus team Erfgoed, gemeente Alkmaar

Terug naar het overzicht met artikelen van Erfgoed Magazine Alkmaar 67

Bronnen: