Eerlijk bekennen

Detail op dinsdag

8 september 2026

In de hal van het stadhuis staan nog twee oude pijnbanken. Eentje van rond 1600, en eentje uit circa 1750. Het historische stadhuis was lang een verzamelgebouw voor allerlei stedelijke openbare instanties. Nog steeds is hier het bestuurscentrum van de gemeente. Maar in de loop der tijd werd voor de ene na de andere functie een eigen locatie gezocht, vooral vanwege de groei van de organisatie.

Zo kreeg in 1936 de politie voor het eerst een eigen gebouw. De gevangenis was al in 1884 verplaatst en ook werd er sinds 1893 niet meer recht gesproken in dit gebouw. Bij de verhuizing van die organisaties bleven wel de pijnbanken achter. Marteling gebruiken om een verdachte te laten bekennen, was sinds 1798 niet meer toegestaan.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

In de laatmiddeleeuwse rechtspraak kon een verdachte alleenschuldig worden bevonden aan een halsmisdrijf als hij of zij schuld had bekend. En als iemand weigerde toe te geven, moest die persoon dus een beetje worden geholpen… Want zonder bekentenis geen schuld, en zonder schuld geen straf. En dat is niet eerlijk. Zo’n spelbreker werd dan op de pijnbank gelegd. In het ‘pijnkamertje’ in het stadhuis was een assortiment aan technieken beschikbaar voor de beul. Om zo’n onwillige klant van Justitie tot rede te brengen. Eerlijk waar, mijnheer de beul…

Dit detail is uitgelicht door Anne Pauptit, monumentenadviseur team Erfgoed, gemeente Alkmaar.

Verhalen over het Stadhuis

Schrijver Jan Aukes Backer uit Harlingen schreef in de achtiende eeuw over het stadhuis in Alkmaar. De Alkmaarse schilder Claes Jacobsz. van der Heck schilderde drie schilderijen voor het stadhuis van Alkmaar.