Terug naar het overzicht

De jongen die de oceaan overstak

Hoe Schermerhorn naam maakt in Amerika

Het is 1636. Jacob Janse stapt aan boord van het zeilschip De Rensselaerswyck in Amsterdam. Hij is veertien jaar, timmermansleerling en klaar om vier jaar lang te werken in Nieuw-Nederland. Hij is in dienst van Kiliaen van Rensselaer, bewindvoerder van de West-Indische Compagnie (WIC) en patroon van de Nieuw-Nederlandse nederzetting die zijn naam draagt.

Na een lange reis van twee maanden op zee zet Jacob eindelijk voet aan wal in Nieuw-Nederland. En in deze nieuwe wereld ondertekent hij al gauw alle officiële papieren met de achternaam Schermerhorn. Wat had hij met het dorp in Noord-Holland te maken? En hoe verging het hem in de Nieuwe wereld?

Timmerman in een ruwe kolonie

In Nieuw-Nederland wacht Jacob geen warm welkom. In de kolonie Rensselaerswyck is het hard werken. De jonge Jacob bouwt huizen en schuren van zonsopkomst tot zonsondergang. Samen met zijn collega-timmerlieden bouwt hij met wat er voor handen is: ruwe stammen, klei en riet. Alles gebeurt met de hand en slechts met behulp van enkele gereedschappen, zoals een bijl, handzaag en houten hamer. Slapen doen ze in eenvoudige barakken en het eten is sober. Maar wie handig is, heeft altijd werk. Voor veertig gulden per jaar timmert de jonge Jacob letterlijk aan de toekomst van de kolonie Nieuw-Nederland, later kreeg het de naam New York.
Intussen geeft hij zijn ogen en oren goed de kost. Hij leert de handel kennen tussen de kolonisten en de Indianen, zoals de inheemse bevolking door de kolonisten worden genoemd. Jacob ziet kansen en langzaam groeit het besef dat hij hier meer kan worden dan timmerman.

De naam Schermerhorn

Als Jacob eenentwintig jaar wordt is hij meerderjarig en mag hij zijn eigen beslissingen nemen. Hij heeft in de afgelopen zes jaar geld kunnen sparen en een eigen bonthandel opgebouwd. Bevervellen zijn goud waard in Europa; het waterafstotende vilt is van hoge kwaliteit. In Nederland is een vilten hoed een statussymbool.
De handelspost Beverwijck wordt ervoor speciaal voor gesticht door de Nederlanders. De naam verwijst naar de overvloed aan bevers in de omgeving, en zal later Albany gaan heten.

Voor zijn beverhandel moet Jacob Janse zich officieel registreren. Toen hij intekende voor zijn reis van Amsterdam naar Nieuw-Nederland noemde hij zichzelf nog Jacob Janse van Amsterdam. Een logische naam voor die tijd: zijn vader is dan burger van deze stad. En bijna iedereen op de passagierslijst draagt zo’n naam, die laat zien waar je vandaan komt. Nu kiest de 21-jarige Jacob voor een nieuwe achternaam: Schermerhorn. Misschien voelt Jacob zich zo verbonden met zijn herkomst? Of is het een eerbetoon aan zijn vader die mogelijk in het dorp Schermerhorn woonde, en een vrouw uit Amsterdam trouwde? Wat de reden ook is: Jacob kiest deze naam bewust.Maar hij heeft geen enkele weet van de ingrijpende veranderingen die het dorp ondergaan heeft.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Het dorp Schermerhorn

Vanaf 1633 worden het dorpsleven en de omgeving volledig op hun kop gezet door de drooglegging van het Schermeer. Het vissersgebied verandert in landbouwgrond; een zeevarend dorp wordt een tuinbouwgemeenschap. In een van de glas‑in‑loodramen van de kerk is die overgang prachtig verbeeld: een vertwijfelde visser tegenover een zelfverzekerde boerin. De inwoners richten zich voortaan op kleinschalige visserij en tuinbouw, een traditie die eeuwen standhoudt.
In 1634 wordt desondanks begonnen met de bouw van een nieuwe, grote kerk, met vele gebrandschilderde ramen. Jacob heeft haar nooit gezien. Hij was al op weg naar zijn avontuur overzee toen de bouw werd voltooid.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Wapenhandel en een arrestatie

Jacob ontwikkelt zich in Nieuw-Nederland tot een slimme, maar soms roekeloze handelaar. Samen met een aantal van zijn ‘makkers’ waarmee hij zich in 1636 inscheepte, zet hij naast zijn beverhandel nog meer handeltjes op. Eén van die winstgevende handeltjes komt hem duur te staan. Zijn zakenpartner koopt in het geheim vuurwapens van de West-Indische Compagnie en verscheept die naar Jacob Janse. Die verkoopt de wapens door aan de Indianen. Deze wapenhandel schuurt tegen de illegaliteit aan. Alle kolonisten handelen met de Indianen in vuurwapens en sterke drank, omdat de Inheemse bevolking anders helemaal geen handel wil drijven. Maar Petrus Stuyvesant, de gouverneur van Nieuw-Nederland, wil zelf het monopolie op deze handel houden. Wanneer hij lucht krijgt van hun activiteiten, grijpt hij in. Jacob en zijn zakenpartner worden gearresteerd in 1648. Het vonnis van de rechter bepaalt dat zijn goederen in worden beslag genomen en hij wordt verbannen. Het is een harde klap, maar niet het einde. Een paar weken later wordt zijn verbanning alweer teruggedraaid op voorspraak van zijn medekolonisten.

Het leven van Jacob en Jannetje

Jacob begint opnieuw. In 1650 trouwt hij met Jannetie Egmont, die met haar ouders naar Amerika is gekomen toen ze tien jaar was. Haar vader is een van de eerste grote boeren in de kolonie.
Samen krijgen Jacob en Jannetje negen kinderen. Vijf zonen: Ryer, Simon, Jacob, Cornelius en Lucas. En vier dochters: Helena, Machtelt, Jannetie en Neeltje. Al hun kinderen krijgen ook weer  -veel – kinderen. En zo verder. In korte tijd groeit de familie Schermerhorn uit tot een omvangrijke familietak in de nieuwe wereld.

Het leven van vrouwen in de kolonie is zwaar en veelzijdig. De WIC zien graag dat de kolonisten een stukje land hebben, zodat ze zelfvoorzienend kunnen zijn. Jannetje werkt op hun landje, verbouwt groenten en misschien zelfs mais wat de kolonisten afkijken van de Indianen. Ze houdt waarschijnlijk een paar schapen voor melk, vlees en wol. En van de wol maakte ze kleding.
Water halen, brood bakken, voorraden voor de winter maken: alles gaat met de hand. Haar dagen zijn lang en vol. Ze zorgt voor haar kinderen en houdt het gezin draaiende. Ondertussen is ze zo’n zestien jaar van haar leven óf zwanger óf net bevallen.
Jacob bouwt zijn handel weer op, importeert goederen en verwerft grote stukken grond in Beverwyck, Schotak, Schenectady en New York. Uit koloniale archieven blijkt dat hij een behulpzame buurman was: hij stond borg of gaf een lening. Maar gedurende zijn leven belandt hij ook geregeld in conflicten. Hij wordt aangeklaagd wegens laster, schulden en het onrechtmatig betreden van land.
In 1660 is zijn oude zakenpartner Ryntgens, met wie hij berecht is voor de wapenhandel, opgeklommen tot hoog ambtenaar bij de WIC. Jacob zelf is dan een van de bestuurders van Fort Oranje: een houten vesting aan de Hudson-rivier. Hier wordt de handel geregeld, recht gesproken en toezicht gehouden op de omliggende nederzettingen. Bestuurders hebben aanzien én invloed.

Helaas halen we uit de archieven geen informatie over het gezinsleven van Jannetje en Jacob. Of hoe zij hun kinderen opvoeden en wat voor ouders ze geweest zijn. We kunnen wel uit de levensloop van een aantal zonen opmaken dat zij ‘goed terecht kwamen’. De oudste zoon Ryer of Reyer Jacobse Schermerhorn verdiende een fortuin met handel, vooral in hout voor de scheepsbouw. Een andere zoon, Simon Jacobs Schermerhorn werd kapitein op een schip dat over de Hudson voer. Hij vervoerde bijvoorbeeld soldaten van New York naar Albany. De nazaten van Simon zijn nog generaties lang actief gebleven in de scheepvaart.

Schenectady

In 1662 vestigen Jacob en Jannetje zich definitief in Schenectady. Dit is een nederzetting aan de rand van de wildernis, gesticht door kolonisten die verder landinwaarts trokken. De nederzetting  ligt aan de Mohawkrivier, op een strategische handelsroute. De naam komt uit het Mohawk en betekent ongeveer ‘achter de dennen’ of ‘plaats voorbij de open plek’.
Wanneer Jacob overlijdt (1688), laat hij een groot vermogen na. Zijn land, geld en schepen hebben een waarde van ruim 56.000 gulden, een aanzienlijk fortuin voor die tijd. Maar zijn grootste nalatenschap is misschien wel zijn achternaam die hij zelf koos. Het werd een naam die zich verspreidde over Amerika, door de eeuwen tot heden. Jacob werd de stamvader van een omvangrijke familie. In 2026 is de schatting dat er 5.500 tot 6.000 leden van de familie Schermerhorn in Amerika zijn.

Fabels & feiten: van vondeling tot familietak overzee

Zó maakte Jacob Janse Schermerhorn naam in Amerika. Een verhaal dat gekoesterd wordt tot op de dag van vandaag, al zijn er – na al die jaren – ook nog veel onbeantwoorde vragen.
Hoe verliepen zijn jeugdjaren, voordat hij aanmonsterde op het zeilschip naar Amerika? Wat was zijn connectie met het dorp Schermerhorn precies?
Hoe zag het dagelijkse leven van Jacob, zijn vrouw Jannetje en hun gezin eruit in de Nieuwe wereld?

Wat we wel weten, is gebaseerd op overgebleven stukken uit de archieven: bijvoorbeeld passagierslijsten van de zeilschepen, eigensdomsoverdrachten of rechtszaken die vroeger nauwkeurig werden genoteerd en eeuwenlang bewaard zijn gebleven.

Wat we denken te weten gaat meestal van mond tot mond. Informatie wordt soms klakkeloos overgenomen van het ene stamboomonderzoek naar het volgende. Fabels leven hun eigen leven en gaan van generatie op generatie voort in een familie. Dat is in Nederland niet anders dan in Amerika.
Hier leeft het verhaal van de vondeling uit Schermerhorn nog altijd voort. Het zou een bastaard zijn, een koningskind misschien? Hij kreeg de achternaam van het dorp waar hij gevonden werd: Schermerhorn. Eén van de voornamen van deze vondeling verwees naar de visser die hem vond en adopteerde: Janszoon.
Hebben we aan deze vondeling Jacob Janse Schermerhorn onze achternaam te danken? Het verhaal kán gebeurd zijn, maar er zijn geen historische feiten gevonden die dit verhaal bewijzen, óf tegenspreken.

Wat niet meehelpt is dat de archieven in Schermerhorn verloren zijn gegaan bij een dorpsbrand in 1699. We kunnen niet terugvinden óf Jacob Janse ooit in Schermerhorn was, en welke connectie hij daar precies mee had. Maar hij kiest deze achternaam vermoedelijk niet voor niets? En hij noemt zijn oudste zoon Ryer, naar de oerstamvader van de Schermerhorns in Nederland en Amerika. Dat kan geen toeval zijn?
In zijn lezing ter ere van de Schermerhorn-reünie in 2019 rafelt Tony Keevel haarfijn de feiten en fabels uiteen. Deze historicus woont in Schermerhorn en we hebben zijn toestemming om zijn lezing te publiceren. Wij volgen graag zijn pleidooi om hoe dan ook de mooie verhalen te bewaren en te koesteren.