Het rode boek van de Grote Kerk in Schermerhorn
En het wild west verhaal van de Schermerhorns
De Grote Kerk in het dorp Schermerhorn heeft een opvallend boek in haar bezit. Het boek heeft een rode kaft met gouden letters en is ruim honderd jaar oud. Het was al die tijd in bezit van de kerk, maar nooit was er aandacht aan besteed. Totdat het boek een paar jaar terug werd opengeslagen en er een schat aan informatie en verhalen werd ontdekt…
Voor de inwoners van Schermerhorn
Het rode boek heeft de titel: ‘Schermerhorn Genealogie en familiekronieken’ . Op de eerste bladzijde staat met de hand geschreven: ‘Voor de inwoners van het dorp Schermerhorn Holland.’ En daaronder de naam van de schrijver: Richard Schermerhorn Jr. ,Brooklyn, NY, U.S.A.
Deze Amerikaan Richard Schermerhorn Jr. heeft aan het einde van 1800 jarenlang stamboomonderzoek gedaan naar zijn familie. Hij stuurde talloze familieleden in Amerika een brief met het verzoek om informatie én familieverhalen te leveren voor zijn onderzoek.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)



Raadsels rond het rode boek
Het boek van de kerk is een uitgave van 1914. Maar wanneer kwam het boek in Schermerhorn terecht? Is het afgeleverd door een Amerikaanse toerist die Nederland bezocht? Kan het Richard zelf geweest zijn? Heeft het kerkbestuur er misschien een notitie aan gewijd in het kerkenboek? Allemaal vragen die tot nog toe onbeantwoord blijven.
Het boek is hoe dan ook in handen gekomen van het kerkbestuur. De achternaam van de schrijver moet hen meteen zijn opgevallen en nieuwsgierig is het boek opengeslagen.
Pagina’s vol met namen en jaartallen, in het Engels, met hier en daar een zwart-wit foto. Op bijna alle foto’s is een man te zien, met baard of snor, die plechtig in de camera kijkt. Soms met een kort verhaal erbij over zijn staat van dienst. Een enkele keer is er een foto van een vrouw, gezin of gebouw.
Lange tijd raakt het boek in de vergetelheid. Ruim honderd jaar later wordt de inhoud pas echt ontdekt. Omdat een wakkere vrijwilligster, met een grote liefde voor historie, zich eindelijk in deze overzeese familie Schermerhorn en haar verhalen verdiept.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


Geen twijfel over de voorvader en zijn graf
Richard jr., twijfelt in zijn boek niet aan de herkomst van de Amerikaanse familie Schermerhorn: de ‘roots’ liggen in het Noordhollandse dorp Schermerhorn. En de de grafzerk van stamoudste Jacob Rijer Schermerhorn ligt in de grote kerk. Richard Jr. vond het waarschijnlijk belangrijk dat zijn levenswerk in het dorp van herkomst terecht kwam.
Zijn boek is tegenwoordig de belangrijkste bron van informatie over de Amerikaanse familie Schermerhorn. De ‘kronieken’ die erin beschreven staan, nemen ons mee terug in de tijd, naar het leven overzee. Zo maken we kennis met de Amerikaanse Schermerhorns: zoals stamvader Jacob Janse, de High Society van New York, de kunstenares Sophie en de rijke William Colford die vanuit Amerika geld schonk aan de Grote Kerk. En zo maken we ook kennis met dit verhaal: over de pioniers William Schermerhorn en Margaret Schermerhorn. Allebei dragen zij dezelfde achternaam van hun Amerikaanse stamvader Jacob Janse Schermerhorn. Zes generaties later treffen deze verre nazaten elkaar: was het liefde op het eerste gezicht?
Het wild west verhaal van de Schermerhorns
William en Margaret trouwen in 1832 en vestigen zich in Schenectady. Een koloniale nederzetting aan de Mohawk River in de staat New York. Ze leven hun dagelijks leven, werken en krijgen kinderen. Niks bijzonders, totdat hun leven een avontuurlijke wending krijgt.
William is intussen 32 jaar en werkt in een kleine winkel in Schenectady. Het is het jaar van de presidentscampagne en de strijd gaat tussen de democraat James Polk en de republikein Henry Clay.
Op een dag komt de baas naar William toe en zegt: ‘Ik wil dat je stemt voor Clay’.
‘Dat doe ik niet, mijn stem is voor Polk’, antwoordt William,.
‘Ik geef je tien dollar als je het wel doet’, probeert zijn baas.
‘Nee, meneer’, zegt William, ‘U kunt mijn stem niet kopen’.
‘Goed dan, als je mijn kandidaat niet steunt, kan ik jou niet steunen. Dan gaan we uit elkaar’.
En dat doen ze, de volgende dag al. William doet zijn best om werk te vinden, maar dat lukt niet. Als hij op een dag weer moedeloos thuiskomt, oppert zijn vrouw Margaret een avontuurlijk plan: ‘Laten we naar het westen gaan. We verkopen ons huis, dan hebben we genoeg geld om naar de staat Michigan te reizen en een nieuw bestaan op te bouwen.’
Deze dialoog staat nagenoeg letterlijk in het rode boek. Het moet een verhaal zijn dat van generatie op generatie is doorverteld, en al die tijd mondeling heeft overleefd totdat het door Richard Jr. is opgeschreven in zijn boek.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Op weg naar het wilde westen
Michigan is niet zomaar een keuze van Margaret. De Amerikaanse overheid moedigt in die tijd de mensen aan de Oostkust actief aan om zich meer westwaarts te vestigen. Het land daar is grotendeels wildernis: dichte wouden, moerassen en onontgonnen land. Diverse indianenstammen leefden er eeuwenlang hun leven. Totdat zij moesten wijken voor de pioniers en ze naar elders werden verplaatst. Met alle ellende van dien. Deze landverhuizing staat dan ook bekend als Trail of Tears. Het land van de inheemse bevolking wordt door de overheid goedkoop aangeboden aan pioniers. De Schermerhorns wagen het erop, net als duizenden anderen..
De reis van Schenectady naar het pioniersdorp Fawn River in Michigan is niet eenvoudig en kan weken duren, afhankelijk van het weer. Het rode boek vertelt niks over hun reis, maar het is waarschijnlijk dat William, Margaret en hun vier kinderen eerst naar Albany reizen waar ze verder gaan met een kanaalboot, voortgetrokken door paarden. Vermoedelijk stappen ze in Buffalo over op een stoomboot, waar ook hun huifkar met spullen op kan. Deze tocht over Lake Erie kan gevaarlijk zijn. Bij storm schudt de boot ongenadig heen en weer en ketelontploffingen komen regelmatig voor. Eenmaal veilig en wel aan de andere kant van het meer begint het zwaarste deel van de reis: een tocht met de ossenwagen, over modderpaden dwars door bossen en moerassen. Bomen moeten onderweg omgehakt, ze waden door rivieren en elke nacht wordt er samen met andere pioniers een kamp gemaakt bij het vuur. Hun huifkarren vormen een cordon tegen wolven, zwarte beren en poema’s. William en Margaret trotseren alle moeilijkheden en gevaren onderweg en bereiken eindelijk Fawn River.
Het leven in Fawn River
In die tijd is het een pioniersdorp in opbouw, met een paar winkels, een kerk, een schooltje en verspreide boerderijen. De taverne is het sociaal trefpunt, maar ook de plek voor rechtspraak en lokale bijeenkomsten.
De dag na hun aankomst gaat William meteen op zoek naar werk, zo staat het in het rode boek beschreven. Hij wil werk vinden in een winkel zoals hij gewend is. Maar de eigenaar van een winkel vraagt hem of hij kan timmeren.
‘Nou, ik kan recht zagen’, antwoordt William.
‘Goed, dan betaal ik je een dollar per dag. Zie je de man die werkt aan het gebouw daar? Ga naar hem toe en vertel hem dat ik je heb gestuurd om met hem samen te werken.’
Als William gaat kennismaken blijkt ‘die man daar’ de broer van Margaret te zijn. En het is waarschijnlijk ook daarom dat Margaret en William juist naar deze plaats zijn getrokken.
Eigen land
Later koopt Margaret van haar broer 16 hectare wild land in Nottawa Township, Michigan. Vanaf Fawn River is dat ruim een halve dag reizen per paard of ossenwagen. William bouwt een blokhut op hun nieuwe land en het gezin gaat er vroeg in de winter wonen. Ze beginnen klein en breiden langzaam uit. In 1853 bezit de familie Schermerhorn 32 hectare land, waarvan een deel in cultuur is gebracht. Het bos is gekapt, de stronken en stenen zijn weggehaald en akkers zijn aangelegd voor tarwe, maïs en haver. Ze hebben paarden, koeien, varkens, kippen en een kudde schapen. Margaret spint de wol en maakt er kleding van, zodat het gezin er warmpjes bijzit in de lange, koude winters.
Er worden hier nog drie kinderen geboren. Al hun kinderen helpen mee met het werk wat voorhanden is: de dieren verzorgen, water halen uit de put of rivier, fruit plukken. De perziken worden gepeld, in plakjes gesneden en gedroogd voor de winter. De rest verkopen ze aan handelaren in naburige steden, voor 25 cent per pond.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


Hechte gemeenschap
Het dagelijks leven in het pioniersdorp is zwaar, maar de gemeenschap is hecht. Buren helpen elkaar bij het kappen van bomen, het bouwen van schuren, het binnenhalen van de oogst en het inmaken van voedsel. Margaret en de vrouwen zijn verantwoordelijk voor het koken, wassen, de moestuin, het maken van kleding en het verzorgen van de kinderen. Ze koken op een houtkachel en licht komt van kaarsen of olielampen. De mannen werken op het land, kappen hout en helpen bij gemeenschapsprojecten. Alles wordt zoveel mogelijk zelf gemaakt, verbouwd of geruild.
Is het gras elders altijd groener? We zullen hun motivatie nooit weten, maar omstreeks 1860 verkopen ze hun hele hebben en houwen en opnieuw kopen ze een groot stuk wild – onontgonnen – land. In het bos bouwen ze een nieuwe blokhut. Voor William en Margaret is het hun laatste thuis. William overlijdt tien jaar nadat ze er zijn neergestreken. Hij is dan 58 jaar oud. Margaret leeft nog zestien jaar voort en overlijdt in 1886, 71 jaar oud.
Amerika en Nederland
Het verhaal van William en Margaret, en vooral hun dagelijks leven, herinnert ons in Nederland aan de verhalen van onze voorouders. In de Nederlandse familie Schermerhorn wemelde het van de boeren die generaties lang een soortgelijk leven leidden, in de Schermer en Sint Maarten. Met eenzelfde taakverdeling tussen de mannen en vrouwen, en met de onderlinge burenhulp. We kennen de verhalen nog van onze voorouders. Over het boerenleven, waar de seizoenen het dagelijks leven en werken bepaalden. Mede dankzij het rode boek ontdekken we dat we soms niet zo heel veel verschillen van onze verre familie overzee.
