Münster, martelaren en mennonieten

De geschiedenis van een eigenzinnige geloofsgemeenschap

De voormalige Vermaning in Noordeinde vertelt het verhaal van een geloofsgemeenschap die eeuwenlang haar eigen weg koos. De doopsgezinden, ook wel mennonieten genoemd, weken op belangrijke punten af van andere christelijke stromingen. Hun overtuigingen brachten hen regelmatig in conflict met de kerk en de overheid. Toch groeide de beweging uit tot een belangrijke gemeenschap in deze regio. Uiteindelijk kreeg zij in Noordeinde een eigen kerkgebouw: de Vermaning die je vandaag nog steeds kunt bezoeken.

De oorsprong van het doopsgezinde geloof ligt in een roerige periode van hervormingen, boerenopstanden en religieuze conflicten. Vanuit een boerenoorlog en meningsverschillen tussen een stadsreformator uit Zürich en zijn voormalige medestanders ontstond een nieuwe, radicale vorm van reformatie. Daarbij kwamen nieuwe ideeën naar voren, zoals het kiezen van een eigen kerkleider, de doop op volwassen leeftijd en het volgen van het Nieuwe Testament als leidraad. Ook leefde sterk het idee dat het einde der tijden nabij was en dat er een nieuw “Jeruzalem” moest komen.

Grote kans op vervolging

Deze overtuigingen vormden een bedreiging voor de bestaande kerkelijke en politieke orde. Wie zich openlijk achter deze ideeën schaarde, liep een grote kans om vervolgd te worden. Veel verhalen over de vervolgingen en martelingen van doopsgezinden zijn later vastgelegd in de 17e-eeuwse Martelaersspiegel.

Een belangrijke figuur in deze geschiedenis was Melchior Hoffman. Ooit was hij een trouwe volgeling van Luther, maar nadat hij uit Straatsburg was verbannen, vertrok hij naar Oost-Friesland om het nieuwe geloof te verspreiden. De stad Emden groeide uit tot de Nederlandse uitvalsbasis van de dopers.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Münster als het Nieuwe Jeruzalem

In die tijd ontstond binnen de beweging ook veel onrust en radicaliteit. Zo werden in Leiden en Groningen door dopers zelfs stadhuizen bestormd. In hetzelfde jaar, 1535, werd Münster — door de wederdopers gezien als het “Nieuwe Jeruzalem” — na een bloedige strijd heroverd door de bisschop. Als afschrikwekkend voorbeeld voor andere dopers werden drie leiders gemarteld en in ijzeren kooien aan de toren van de Lambertikirche gehangen. Die kooien zijn daar nog altijd te zien.

Als reactie op deze gewelddadige ontwikkelingen ontstond binnen de beweging de wens om terug te keren naar een vreedzame geloofsbeleving. Menno Simons speelde daarin een belangrijke rol. Hij predikte tegen geweld en liet zich opnieuw dopen. Uit angst voor vervolging en marteling leidde hij jarenlang een zwervend bestaan. Aan hem danken de doopsgezinden hun bijnaam: mennonieten.

De Waterlanders en de Komenjannen

In 1555 kwam Menno Simons naar Waterland, vlak bij De Rijp. De mennonieten in deze streek noemden zichzelf Waterlanders. In De Rijp stonden zij ook bekend als de Komenjannen.

Met de Unie van Utrecht van 1579 werden de mennonieten uiteindelijk officieel gedoogd. Helemaal vrij waren zij echter niet. Hun schuilkerken mochten niet aan de openbare weg staan en torens of kerkklokken waren verboden. Zelfs bidden moest zo onopvallend mogelijk gebeuren, het liefst fluisterend.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Van de Matten naar de Vermaning

Volgens de overlevering hielden de doopsgezinden van Graft, De Rijp en Noordeinde hun bijeenkomsten eerst op een eilandje in de Schermeer. Op een plek die bekend stond als de Matten konden zij, verscholen tussen het riet, in alle rust samenkomen.

Veel informatie over de doopsgezinde gemeente van Graft-De Rijp ging verloren bij de grote brand van De Rijp in 1654. Wat we wel weten, is dat na die brand veel doopsgezinden naar Noordeinde verhuisden. Daar bouwden zij uiteindelijk een houten kerkgebouw.

In 1874 maakte dat plaats voor de stenen Vermaning die er nu nog staat. De naam vermaning verwijst naar het aansporen, waarschuwen en toespreken van de gemeente. De predikant werd daarom ook wel de vermaner genoemd.

In de Noordeinder Vermaning vond in 1981 de laatste kerkdienst plaats. Tegenwoordig heeft het gebouw een nieuwe bestemming en wordt het onder meer gebruikt voor culturele activiteiten.

Voormalige Doopsgezinde Kerk / Noordeinder Vermaning

Open op Open Monumentendag op zondag van 11 tot 17 uur. Van oorsprong een Doopsgezinde kerk die in 1874 werd gebouwd, naar een ontwerp van architect J.H. Lehman. De Doopsgezinden hebben in de geschiedenis van het Schermereiland altijd een vooraanstaande rol gespeeld.