Terug naar het overzicht

Bouwhistorische verkenning bij De Witte Roos

Goed bewaard zeventiende-eeuws stadspand aan de Mient 2

Augustus 2012, Nieuwsbrief 35

Op de hoek van het Waagplein en de Mient staat een fotogeniek pand met de poëtische naam ‘de Witte Roos’. Veel Alkmaarders kennen het nog als De Groot woninginrichting. Daarna kon je er o.a. verleidelijke chocoladetraktaties van patisserie Dobla kopen. Tegenwoordig beleef je de AlkmaarsGoud® KAAS EXPERIENCE hier. Student Bouwhistorie, Steven Kalverdijk, deed hier in 2012 een studieopdracht waarin hij de vermoedelijke bouwgeschiedenis reconstrueerde.

De plek zo dicht naast de waag heeft het voordeel dat er vrij veel afbeeldingen zijn van het pand met de naam de Witte Roos. Op eind zeventiende-eeuwse afbeeldingen is te zien dat het pand toen al zijn karakteristieke traptoren en de twee trapgevels had. Ook is een uithangbord te zien met een witte roos. De naam ‘de Witte Roos’ was verbonden aan een apotheek. Maar het is mogelijk een boekbinder geweest, Gerrit Pietersz., die het hoekpand heeft laten verbouwen zoals het in grote lijnen nog steeds herkenbaar is. Waarschijnlijk echter nog zonder de trapgevel aan de zijkant. Gerrit Pietersz. was een tijdgenoot van Cornelis Drebbel. Hij verkocht ook werk van deze bekende Alkmaarder. Wellicht is hier dus ook de beroemde ‘Drebbelkaart’ over de toonbank gegaan?

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Houtonderzoek

Deze Gerrit Pietersz. kocht het pand in 1607 onder het beding het pand te mogen ophogen. Er is reden om aan te nemen dat hij daar nog een poosje mee gewacht heeft, maar zekerheid zullen we pas hebben als de uitslagen bekend worden van een dendrochronologisch (hout) onderzoek. Hiervoor heeft bouwhistoricus Odwin Ralling op 13 juli 2012 monsters genomen van de grenen balken in het pand. De uitslag van het onderzoek zal met de open Monumentendag zeker bekend zijn.
Wie binnen een kijkje neemt, ziet dat het kleine perceel optimaal benut is. De indeling is karakteristiek voor de eerste helft van 17e eeuw: een hoog voorhuis, met daarachter een souterrain en een opkamer. De opkamer en het souterrain waren uitermate geschikt om in te wonen en te werken, doordat ze dankzij de lage plafonds goed verwarmd konden worden. Onder het voorhuis bevindt zich een flinke kelder. Een schouwtje duidt erop dat deze ruimte vroeger ook gebruikt is om te wonen of te werken.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Traptoren

Elke eeuw heeft zijn sporen nagelaten in de gevels van het pand. De eigenaren van de Witte Roos hebben, naar de mode van de tijd, in de achttiende en negentiende eeuw de vensters en puien vergroot. Een brand in 1922 richtte veel schade aan, maar toch is een aantal oude elementen bewaard gebleven. Let bijvoorbeeld op de forse grenen balken en de halfronde traptoren met de gekromde paneeldeur in het voorhuis.

Op de verdieping ligt een grenen vloer met vloerdelen tot wel 40 centimeter breed. Een grove den (de leverancier van het grenenhout) is breed bij de wortels en smal in de kruin. Om het verschil in breedte op te vangen, werden de delen kop-staart gelegd, dus breed tegen smal en andersom. Afgezien van de vloer, is al het aangetroffen houtwerk van grenen. Dit doet een bouwtijd vermoeden in het tweede kwart van de zeventiende eeuw.

Ter weerszijden van de traptoren bevindt zich een viertal grenen balken met muurstijlen en korbelen (balksteunen). Korbelen zijn veelal decoratief, maar deze zijn eenvoudig en er zijn geen onderhangende sleutelstukken aanwezig. Dat is opvallend sober voor een gebouw dat aan de buitenkant zo rijk gevormd is.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Nog oudere resten

De vraag is of er bebouwingsresten aanwezig zijn van voor de zeventiende eeuw.
Mensen sprongen vroeger zuinig om met hun materialen. Het is daarom goed mogelijk dat bij de bouw gebruik is gemaakt van bijvoorbeeld oude funderingen en muren. Soms geeft een tekst in het oud-rechterlijk archief een aanwijzing. Zo blijkt dat het pand in 1581 een voorhuis was dat samen met het daarachter gelegen pand (Waagplein 1-3) een geheel vormde. Het voorhuis werd afgesplitst en verkocht met het beding dat er geankerd mocht worden in de muur van het achterhuis. De term ‘ankeren’ suggereert hier de aanwezigheid van een stenen muur.

Ook op basis van archeologische en bouwhistorische onderzoeken elders in de stad, kunnen we verwachten dat in de Witte Roos fragmenten verstopt zitten die teruggaan tot de late veertiende of vroege vijftiende eeuw. De resultaten van dit onderzoek tonen weer eens aan hoe fantastisch het is als een bouwhistoricus bij een verbouwing (en liefst daarvoor) even mag onderzoeken of er bijzondere sporen in het pand aanwezig zijn. Een huis met een verhaal leeft, tenslotte.

Hoe gaaf is dit pand?

Behalve de bouwgeschiedenis werd voor de Witte Roos ook een zogenoemde waardestelling geschreven. Daarbij draait het om de vraag: ‘hoe zeldzaam, hoe bijzonder of hoe gaaf is een pand?’ Hoewel alle vensters na de bouw nog één of meerdere keren gewijzigd zijn en ook het metselwerk op veel plekken is vernieuwd, is de zeventiendeeeuwse hoofdopzet van dit pand goed bewaard gebleven. De twee trapgevels en een traptorentje, verenigd in één gebouw, zijn gebruikelijke statussymbolen voor bijvoorbeeld stadhuizen, stadspaleisjes en schuttersgebouwen, maar tamelijk zeldzaam voor een zeventiende-eeuwse woning als dit. En dan hebben we het nog niet gehad over de schilderachtige plek in d’oude stad…

De Mient

De Mient is een van de oudste en meest pittoreske straten en grachten van Alkmaar, gelegen als smalle verbinding tussen het Verdronkenoord en Luttik Oudorp. Lange tijd is de Mient de grens geweest tussen stad en water.

Verhalen over de Mient

De Witte Roos, de Croon, Mient 27 bestaande uit een voorhuis met een ‘los’ achterhuis met balken waarschijnlijk uit 1520. De monumenten op de Mient bewaren eeuwenoude verhalen.