De gebrandschilderde ramen van de Kapelkerk
Wie de Kapelkerk binnenloopt, ziet kleurrijke gebrandschilderde ramen met bijbelse voorstellingen, symboliek en persoonlijke verhalen. Opvallend genoeg hing er lange tijd helemaal geen gekleurd glas in de kerk. Na de grote brand van 1760 bleef de Kapelkerk ruim anderhalve eeuw zonder gebrandschilderde ramen. Pas in de jaren twintig van de vorige eeuw veranderde dat.
Moderne ramen voor een oude kerk
In 1924 vond de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde kerk het tijd voor nieuwe ramen. De opdracht ging naar kunstenaar en glazenier Willem Bogtman (1882-1955). Hij ontwierp opvallende Art Deco-ramen met kleurrijke golfjes, spiralen en sierlijke patronen in felle kleuren. Vooral de ramen aan de noordkant van de kerk kregen zo’n moderne uitstraling.
Ook in de gevel aan de Laat verschenen nieuwe ramen. Daar koos Bogtman voor tweedelige vensters met in het midden een rechthoekige ruimte voor een gebrandschilderde voorstelling. Mogelijk verwees hij daarmee naar oudere medaillonramen, zoals het beroemde medaillonnenglas in de Grote Kerk van Schermerhorn uit 1635.
De moderne smaak van de jaren twintig bleek niet blijvend. In de jaren vijftig vond de Hervormde kerkvoogdij de Art Deco-randen te bont en te druk geworden. De kleurrijke omlijstingen verdwenen grotendeels uit de kerk. De gebrandschilderde voorstellingen zelf bleven behouden en werden opnieuw verdeeld over de ramen, nu met eenvoudiger randwerk eromheen.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


Geschonken door betrokken Alkmaarders
De ramen kwamen tot stand dankzij schenkingen van kerkleden, kerkvoogden en Alkmaarse families. Het eerste raam werd in 1924 aangeboden ter herinnering aan predikant Vinke. Het tweede raam volgde in 1927 en was een gezamenlijke schenking van onder anderen kerkvoogden mr. P.J.C. van Toornenburg en mr. A.M. Ledeboer.
Daarna volgden nog meer ramen. Het derde raam werd geschonken door de familie Ringers in 1928, het vierde door het Comité van Jeugddiensten in 1931, het vijfde door de familie Ringers-Veen in 1939 en het zesde door de familie Holsmuller in 1942.
Vooral de families Holsmuller en Ringers drukten een stempel op de ramen. Beide families waren succesvol geworden in handel en industrie en speelden tegelijkertijd een actieve rol in het kerkelijke en maatschappelijke leven van Alkmaar.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


De familie Ringers
De familie Hendrik Ringers was nauw verbonden met de Kapelkerk. Hendrik Ringers richtte in 1905 de bekende chocoladefabriek Ringers op. Zijn broer Johan Ringers werd later minister van Openbare Werken en Wederopbouw en was commissaris bij de fabriek.
Ook andere familieleden waren actief in Alkmaar. De jongste zoon, aannemer en architect F.H. Ringers jr., bouwde in 1920 de beroemde Ringersfabriek aan de Noorderkade. Daarnaast was hij commandant van de brandweer en vervulde hij allerlei maatschappelijke functies.
In 1928 schonken de zes kinderen van Elisabeth Ringers-Volten samen twee ramen aan de Kapelkerk, als herinnering aan hun moeder. De gekozen voorstellingen sloten nauw aan bij haar leven en overtuigingen.
Op één van de ramen staat Dorcas afgebeeld, bekend uit Handelingen 9. Daarmee verwees de familie naar de ‘Dorcaskrans’, een damesgroep voor liefdadigheid waar Elisabeth Ringers-Volten deel van uitmaakte. Een ander raam toont de engelenzang Eere zij God uit het kerstverhaal van Lucas.
Het raam met de tekst Laat de kinderkens tot Mij komen verwijst naar de gelijknamige Hervormde zondagsschool, waarbij zoon Jan Ringers en zijn vrouw actief betrokken waren. Na het overlijden van haar man schonk mevrouw Ringers-Veen in 1939 nog een extra raam. Zij koos bewust voor de voorstelling van Het penningske der weduwe, omdat zij geraakt werd door de bescheiden gift van de arme weduwe uit het bijbelverhaal.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


Ook het familiewapen van Ringers
De familie waardeerde het werk van Willem Bogtman bijzonder. In de Ringersfabriek hing al vroeg een glas-in-loodraam met het familiewapen. Ook het aannemersbedrijf van de familie aan de Laat kreeg in 1927 gebrandschilderde ramen van Bogtman, al zijn die inmiddels verdwenen.
Wel bewaard zijn de consistorieramen in de Grote Kerk van Alkmaar, die de familie Ringers in 1947 liet maken. Bogtman versierde deze ramen met fijne grisailles van de kerkhervormers Maarten Luther, Johannes Calvijn en Huldrych Zwingli.
In de Trefpuntkerk hangt bovendien nog een later Ringersraam met de Goede Herder en twee schapen. Dat raam werd in 1968 geschonken door mevrouw G. Ringers-Wolzak.
Luther en de familie Holsmuller
Het laatste raam in de reeks werd in 1942 geschonken door de familie Holsmuller, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van hun groothandel in koloniale waren.
Kerkvoogd Willem Holsmuller had veel bewondering voor Maarten Luther. Zijn favoriete lied was Een vaste burcht is onze God, dat ieder jaar op Hervormingsdag in de kerk werd gezongen. Na zijn overlijden liet zijn weduwe Martha Holsmuller-Wichers daarom een raam maken met een voorstelling van Luther tijdens de Rijksdag in Worms, met de beroemde woorden: “Hier sta ik, ik kan niet anders.”
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


Glazenier Willem Bogtman
Willem Bogtman werd geboren in Bergen in een Nederlands Hervormd gezin. Na een korte periode als huisschilder volgde hij een tekenopleiding aan de kunstacademie in Amsterdam. Vanaf 1912 leidde hij een atelier voor gebrandschilderd glas, eerst in Heemstede en later in Haarlem.
Zijn grote doorbraak kwam in 1918 met de indrukwekkende glazen overkapping van het Scheepvaarthuis in Amsterdam. Daarna werkte atelier Bogtman aan talloze opdrachten, vaak voor architecten van de Amsterdamse School.
Ook kunstenaars als Frans Huismans en Piet Worm lieten hun ontwerpen door Bogtman uitvoeren. In Alkmaar zijn daarvan nog voorbeelden te zien in de voormalige Vondelschool en het Murmellius Gymnasium.
Naast nieuwe ontwerpen werkte atelier Bogtman ook aan restauraties van historische kerkramen, bijvoorbeeld in de Grote Kerk van Edam.
Na het overlijden van Willem Bogtman werd het atelier voortgezet door zijn zoon Albert Bogtman. In 2002 en 2003 werden de ramen van de Kapelkerk gerestaureerd onder leiding van Rutger W. Bogtman, een kleinzoon van Willem. Kort daarna, in 2004, sloot atelier Bogtman definitief zijn deuren.
Bron: Janneke van Zanten-van Wijk in Machtig en Prachtig Alkmaar


