Portret van een Amerikaanse geldschieter
De redding van de Grote Kerk in Schermerhorn
Vrijwilligers van de Grote Kerk in Schermerhorn komen bij het opruimen soms verrassingen tegen. Zo dook er jaren geleden een stoffig schilderij op: een portret van een oudere man die ernstig de wereld inkijkt, met een groot boek op zijn schoot. Wie was deze man, belangrijk genoeg voor een schilderij? Was het een dominee van vroeger misschien? Bij navraag meende iemand zich te herinneren dat het portret jarenlang in de consistoriekamer van de kerk had gehangen. Maar waarom hing dit schilderij in de ruimte waar het kerkbestuur vergaderde?
We beginnen dit verhaal op zondag 10 mei 1896. Het is feest in het dorp Schermerhorn, want de gerestaureerde kerk wordt ingewijd. De kerkvoogd schrijft opgetogen in zijn verslag dat ‘de vaderlandse driekleur’ aan de kerktoren wappert. Er hangt ook een vlag bij het tramstation aan de rand van het dorp, want daar stappen een aantal hooggeplaatste genodigden uit. Tot vreugde van de kerkvoogd hangt ook bij bijna elk huis in het dorp de vlag uit. Samen met de ‘heldere zonneschijn’ en de drukte van kerkgangers langs de straat geven de vlaggen ‘het dorp een recht feestelijk aanzien.’
Kerk in verval
Er is alle reden tot blijdschap voor het dorp Schermerhorn. De Grote Kerk kan eindelijk weer dienst doen, na twee jaar lang niet in gebruik te zijn geweest. Voor het eerst in haar bestaansgeschiedenis moesten de deuren sluiten, na ruim 250 jaar trouwe dienst.
Door achterstallig onderhoud raakte de kerk in verval, want er was geen geld om dit enorme bouwwerk netjes te onderhouden. In de loop der tijd waren er zelfs verschillende onderdelen van de kerk, waaronder het uurwerk, aan opkopers verkocht. Het geldgebrek van het kerkbestuur was ook een geluk bij een ongeluk: het voorkwam dat er allerlei verbouwingen en aanpassingen mogelijk waren en zo bleef het interieur in originele staat. De plafondschilderingen, het glas-in-lood, de preekstoel, het gevangenislokaal, de beschilderde houtpanelen en de oorlogsscheepjes: alles was jarenlang gekoesterd en bevond zich nog op de oorspronkelijke plek.
Een krant uit 1894 krant bericht met enig gevoel voor drama over het verval van de Grote Kerk: ‘de tand des tijds heeft op bedroevende wijze aan dit juweel van bouw- en decoratieve kunst geknaagd. Ja het is zoover gekomen, dat men zich in het gebouw niet meer veilig acht.’
Het kerkbestuur staat voor de bijna onmogelijke taak om geld in te zamelen voor het herstel van de kerk. Pas als zij zelf geld inbrengen, komen andere subsidies los. Maar voor het arme kerkbestuur en de lokale bevolking is dat bijna niet op te brengen. Maar dan krijgen zij hulp uit onverwachte hoek: ‘Een bijzonder geluk is dat een rijke Amerikaan uit New York, de helft der som als geschenk heeft beloofd, mits de wederhelft in Nederland bijeengebracht wordt’.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)



Wie was de Amerikaanse geldschieter?
Waarom was deze Amerikaan bereid om een aanzienlijk bedrag te doneren voor de restauratie van een Nederlandse kerk? Waarom voelde hij zich zo betrokken bij deze kerk aan de overkant van de oceaan?
Uit het Notulenboek van de Kerkvoogdij blijkt dat de donatie te danken is aan een brief die ene mevrouw Wertheim-Bicker uit Nederland schreef aan de heer William Colford Schermerhorn. Zij ontmoetten elkaar toen zij op reis was in Amerika voor familiebezoek. Tijdens de ontmoeting moet William verteld hebben over zijn voorouders die van Nederland naar Amerika waren gekomen. Hij had grote belangstelling voor het dorp Schermerhorn, volgens hem ‘de bakermat van zijn geslacht’.
Terug in Nederland hoorde mevrouw Wertheim-Bicker van de Grote Kerk in verval. Volgens het Notulenboek deed zij in de brief aan de heer Schermerhorn een beroep op zijn Hollandse afkomst én op ‘zijn hulpvaardigheid om ons kerkgebouw in stand te houden.’
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)





Een rijke Amerikaan
William is een rijk man, mede dankzij zijn voorouders die veel geld verdienden als kapitein en koopman. Hij is eigenaar van omvangrijke onroerend goederen in New York. In 1888 wordt één van zijn gebouwen aan Lafayette Street gesloopt en vervangen door het Schermerhorn Building.
William wijdt zijn leven aan kunst, literatuur en wetenschap en beweegt zich, samen met zijn vrouw Ann Elliott Huger Cottonet, in de hoogste kringen van New York.
Hij is gehecht aan het dorp waaraan hij zijn achternaam te danken heeft, want dáár komen de voorouders vandaan. De Grote Kerk in Schermerhorn is misschien wel het grootste statussymbool voor hem en zijn familie. Want men er in die tijd in Amerika van overtuigd dat de grafzerk van stamvader Jacob Rijer nog in de Grote Kerk aanwezig was.
De brief die William in 1894 ontvangt van mevrouw Wertheim-Bicker heeft dan ook succes en levert volgens het Notulenboek ‘een vorstelijke bijdrage’ op van 2500 gulden voor het behoud van de kerk. Geen wonder dat het portret van William Colford Schermerhorn jarenlang in de consistoriekamer heeft gehangen. Zijn bijdrage is bijna net zoveel als de 3000 gulden van het Rijk. Ook de Nederlandse hervormde Kerk (4000 gulden) en de Provincie (500 gulden) dragen bij. De restauratie van de vervallen kerk kan beginnen. En dat leidt twee jaar later tot een feestelijke zondag, met wapperende vlaggen in het dorp. Maar het verhaal houdt hier niet op.
Zo vader, zo dochter
Gelukkig voor de Grote Kerk heeft Annie, de jongste dochter van William en Ann, de genen van haar vader. Want als Annie Kane Schermerhorn overlijdt (in 1926) laat zij geld na aan verschillende goede doelen in New York, maar ook een legaat voor de Grote Kerk. Het gaat om 20.000 dollar, waarvan de rente moet worden overgemaakt naar de hervormde gemeente in Schermerhorn. De helft van dit bedrag is bedoeld voor het aanvullen van het salaris (of traktement) van de dienstdoende predikant. De andere helft is voor het onderhoud aan de kerk. Nog elk jaar wordt een bedrag vanuit Amerika overgeschreven naar de Grote Kerk in Schermerhorn.
En het geschilderde portret van William Colford? Dat staat gewoon weer op de kerkzolder te verstoffen, een stille getuige van de Amerikaanse geldschieter met familietrots.
