De molen van Gardenbroek
Oudere Oterlekers noemen korenmolen De Otter nog steeds De Molen van Gardenbroek. Genoemd naar Berend Gardenbroek, die hier lange tijd molenaar was. Berend was zelf geboren in een molen, maar wel aan de andere kant van het land… Dat lezen we in het boek ‘Korenmolen De Otter, een sieraad van de landelijke omgeving’. Geschreven door huidige molenaar Martijn Jansen en uitgebracht in 2025 toen de molen 125 jaar bestond.
Berend Gardenbroek wordt geboren op 5 mei 1895 in de waterkorenmolen op landgoed Staverden, gemeente Ermelo, Gelderland. De familie Gardenbroek is een echte korenmolenaarsfamilie met zeven zonen. Berend is de jongste. De oudste broer Hendrik Gardenbroek wordt korenmolenaar op de Veldmolen 2 in Oene. Wouter en Marinus Gardenbroek zijn korenmolenaars op de Stadhoudersmolen in Apeldoorn. Broer Gerrit overlijdt helaas al op 10-jarige leeftijd. Maar broer Jan wordt korenmolenaar op De Hoop 2 in Harderwijk en Aalt Gardenbroek erft de waterkorenmolen in Staverden. Die sloopt hij trouwens in 1924 om op die plek een veevoederbedrijf te beginnen. En Berend? Die kocht op 30 mei 1919 een molen in Oterleek. Twee dagen nadat hij in Ermelo was getrouwd met Jacoba Gerth. En het paar betrekt al snel de woning naast de molen in Oterleek. Op 9 maart 1920 wordt dochter Beertje geboren en drie jaar later, op 7 juni 1923, zoon Willem.
Een kruiwagen en negen stuks steenbillen
Volgens de stukken was er van alles inbegrepen bij de koop van de molen in 1919: ‘een pers met plaat van den ijzeren as, een zaadschop, een meelschop en een blik, twee breekijzers, een kruiwagen, negen stuks steenbillen, billamp, bilkussen, een koekenbreker met losse tanden, een lijnzaadpletter, een steenkraan met toebehoren, een bascule met gewichten, een paar Duitsche losse stenen (liggende onder de hel), twee nieuwe gangstaven, vier molenzeilen die voor de roeden zijn, bliksemafleider met koppeling, een slijpsteen, een meelwagen, een wit paard met steltuigen, kleeden en een electrische schel.’
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)



Een nat pak voor Berend
Op dinsdagavond 1 februari 1921 is er een uitvoering in het café Van Ham in de Dorpsstraat. Toneelvereniging ‘Ons Genoegen’ geeft haar jaarlijkse uitvoering. Deze keer het kluchtspel ‘De knecht van twee meesters’ en de blijspelen ‘Mevrouw Vliermans gaat trouwen’ en ‘Een verstrooide notaris’. Berend en Jacoba begeven zich in het uitgaansleven van Oterleek. Na afloop gaan Berend en Jacoba naar huis. De brug over de vaart is pas vernieuwd. En bij het oversteken met mist en in het donker valt Berend over de schuin aflopende vleugel van de brugleuning. Hij komt in het water terecht, maar gelukkig loopt het goed af. Maar als Berend met een nat pak thuiskomt, mist hij zijn sleutels. Zowel de sleutels van de woning en de schuur als van de molen. Die moeten in het water zijn achtergebleven. Na lang dreggen worden ze de volgende dag teruggevonden. Hoe Berend en zijn vrouw die avond hun huis in komen, vertelt het verhaal niet. Misschien was er een oppas voor dochter Beertje?
Maar het voorval is een waarschuwing voor de inwoners van Oterleek. Zij dringen er bij het gemeentebestuur op aan voortaan de elektrische lampen bij de brug de hele nacht te laten branden. Vooral de verhoogde trottoirs bij de brug zorgen ervoor dat bij het ‘uitwijken voor rijtuigen de kans op buitelen’ over de lage brugleuningen zeer groot is.
Investeren in een elektromotor
Bedrijfsmatig pakt Berend de zaken goed aan, de molen loopt goed en hij besluit te investeren in een elektromotor om ook op windstille dagen te kunnen malen. Op 5 november 1921 is in de Hoornsche Courant te lezen:
‘OTERLEEK. De heer B. van Gardenbroek, meelmolenaar alhier, heeft door aanschaffing van een electrischen motor zijn bedrijf zeer verbeterd, nu hij ten allen tijde kan malen. De 18-P.K. -motor vermaalt 15 halve H.L. graan per uur; is geleverd door den heer Paleari, machine-smid te Alkmaar. Toen de motor voor ’t eerst draaide, wapperde de vaderlandsche driekleur van een roedetop en had een buur en vriend den ingang van den molen, die door zijn stand aan water, brug en wegen aan de omgeving zoo’n aardig cachet geeft met groen en bloemen versierd. Wij wenschen de ondernemenden, sympathieken molenaar gaarne veel succes met de verbetering van zijn bedrijf toe.’
Op het technische vlak is het niet allemaal rozengeur en maneschijn op De Otter. In 1928 komt namens Vereniging De Hollandsche Molen aannemer Y. Molenaar uit Grootschermer op bezoek. Hij rapporteert aan de vereniging dat ten minste één roede erg slecht is, hij neemt alvast enkele maten op: ‘De maat is 33x38cm in den as. De lengte is 84 á 86 voet. M olenaar vraagt aan De Hollandsche Molen of molenmaker Dekker mogelijk nog iets heeft liggen om Gardenbroek te helpen. De vereniging duikt in de kwestie, maar kennelijk heeft De Otter ‘een verbazend moeilijke maat.’ De Hollandsche Molen stelt voor dat Gardenbroek informeert bij het bestuur van het Waterschap De Schermeer, ‘dat nu verscheidene roeden over heeft, die niet al te veel verschillen in lengte (…)
Er volgen verschillende pogingen om vervangende roeden te vinden, maar dat blijkt niet zo eenvoudig.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

De meeste molens zijn gesloopt
In de loop van de jaren twintig van de twintigste eeuw zijn veel molens in de Schermer stilgezet vanwege de komst van de elektrische gemalen. Gaandeweg zijn diverse onderdelen van de molens verkocht. Het merendeel van de Schermer molens is in de periode 1930-1936 gesloopt. In het archief van het Waterschap De Schermeer zijn veel brieven te vinden van molenaars uit heel Nederland die om onderdelen vragen. Ook zijn er veel particulieren, bedrijven of andere organisaties die om een complete molen vragen, om zelf te bewonen of om ergens anders te plaatsen, tot in Amerika aan toe. Er is alleen geen brief van Gardenbroek te vinden, of een factuur voor levering van onderdelen…
In 1929 staan de meeste Schermer molens stil en er worden er steeds meer gesloopt. Met een bericht in verschillende kranten wil Gardenbroek waarschijnlijk juist benadrukken dat De Otter blijft bestaan. In onder andere de Nieuwe Hoornsche Courant van 22 augustus laat hij de volgende advertentie plaatsen: ‘OTERLEEK – De bekende molen alhier, een sieraad van de landelijke omgeving, eigendom van den heer Gardebroek, zal niet gesloopt, doch gerestaureerd worden.’
En mede dankzij Berend Gardenbroek kunnen wij nog elke dag genieten van De Otter, nog altijd een sieraad in de omgeving!
Verhalen over Korenmolen De Otter
Korenmolen De Otter
