Terug naar het overzicht

Colette en Rutger brachten erfgoed uit Koude Oorlog in Alkmaar in beeld

”Mensen vroegen zich af of er marsmannetjes door de straten liepen”

Onder de Alkmaarse bodem zijn nog verschillende bunkers, schuilplaatsen en commandoposten te vinden uit de Koude Oorlog. Het is een stukje verborgen geschiedenis, dat is blootgelegd in het boek Schuilen voor de atoombom in Alkmaar, het erfgoed van de Koude Oorlog. Aan de hand van deze bijzondere plekken laten Rutger Noorlander en Colette Cramer zien hoe Nederland zich tijdens de Koude Oorlog voorbereidde op een mogelijke atoomoorlog. En het blijkt dat Alkmaar daar een opvallende regionale rol in speelde: “Alkmaar lag gunstig vanwege de windrichting.” Op 17 september verzorgen de auteurs een lezing bij Historisch Café Alkmaar.

In 2017 schreven ze al het boek Schuilen in Den Haag. En dat was de eerste inventarisatie van de Koude Oorlog bij een gemeente. “Dat vonden we eigenlijk heel mooi,” vertelt Rutger Noorlander. “We vroegen ons af of er niet meer gemeenten geïnteresseerd zouden zijn in zo’n inventarisatie. En Alkmaar reageerde meteen enthousiast.” De twee onderzoekers kregen de opdracht ook voor Alkmaar deze geschiedenis te onderzoeken en een boek uit te brengen. Schuilen voor de atoombom in Alkmaar, het erfgoed van de koude oorlog, werd in mei van dit jaar uitgegeven door de Stichting Alkmaarse Historische Publicaties. Het boek is te koop tijdens de rondleidingen.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Regionaal Archief was er al mee bezig

Rutger: “Eenmaal in Alkmaar, bleek dat Mark Alphenaar, van Regionaal Archief Alkmaar, al een tijdje bezig was met dit onderwerp, dus dat sloot heel mooi aan. Vervolgens zijn we in overleg met de gemeente en het Regionaal Archief begonnen met het verzamelen van verhalen. We hebben flyers verspreid en een informatieavond gehouden om in contact te komen met mensen die wellicht verhalen hadden. Dat was in 2018.

Colette: “Daar kwamen veel mensen op af, zowel uit Alkmaar als daar buiten. Via een formulier kon je dan je verhaal achterlaten. En uiteindelijk hebben wij in totaal twaalf mensen gevonden die we het jaar daarop uitgebreid hebben gesproken. Het waren mensen die in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw actief waren, dus de meesten waren al behoorlijk op leeftijd. Dat waren hele mooie waardevolle bronnen. We hebben dan ook heel veel quotes, en kennis en ervaringen uit die verhalen opgenomen in ons boek.”

Meer diepte door de persoonlijke verhalen

Rutger: “We hebben een methode toegepast die oral history genoemd wordt en waarmee je de herinneringen van mensen goed kunt vatten en opschrijven. Dat bleek een heel interessante manier om meer te leren over in dit geval dus de Koude Oorlog. De informatie uit archieven is dan toch wat beperkt. Die persoonlijke verhalen geven veel meer diepte.”

Colette: “We gingen bij de mensen thuis op bezoek, waar ze vaak veel waardevolle documenten en foto’s konden laten zien.”

Rutger: “Dat werkt vaak heel goed om verhalen op te roepen. Het zijn dan ook hele mooie interviews geworden.”

Verhalen van getuigen

In het boek vertelt Ellen Veldman over de sirenes die op hoge gebouwen in Alkmaar werden geplaatst. En die nog altijd op de eerste maandag van de maand om 12:00 uur te horen zijn. Ellen was destijds secretaresse bij de Bescherming Bevolking Alkmaar: “Ze moesten zo geplaatst worden dat iedereen het kon horen. Het werd geleid door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, maar moest uitgevoerd worden door de BB. Ook het onderhoud. Dus ze gingen steeds kijken of die dingen nog functioneerden. Het gebeurde wel eens dat een sirene ’s nachts per ongeluk afging. Dan was er een storing en werd je gebeld. Er waren altijd wel mensen die dan in paniek raakten. Dus er moest meteen actie worden ondernomen om dat ding handmatig uit te zetten.”

Zita Swart-Vedder vertelt over de noodbestuurspost bij het stadhuis. Als dochter van Jan Vedder, die bode was, mocht ze ook eens binnen kijken: “Ik vond dat altijd heel interessant en ook best spannend. Het was heel erg klein en benauwd. Het leek een beetje op hutjes aan boord van een schip. Alleen was het bedompter, kleiner, compacter en voelde je je opgesloten. ‘Het is niet voor ons,’ zei mijn vader, ‘Het is voor meneer de burgemeester’.

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Verhalen zijn beschikbaar

Rutger: “Het resultaat van de interviews gaf ons het vertrouwen dat we er wel iets moois van konden maken als we dit veldwerk zouden combineren met het beschikbare archiefonderzoek. De verhalen zijn allemaal terug te vinden op de website van het Regionaal Archief.

Eigenlijk is dit het eerste boek in Nederland waar op lokaal niveau zo diep wordt ingegaan op dit onderwerp. Dat komt natuurlijk ook doordat de gemeente Alkmaar er heel vroeg bij was om ons die opdracht te geven. Gelukkig maar, want inmiddels zijn er al een paar mensen overleden die wij hebben geïnterviewd. Hun verhalen hebben we nog kunnen vastleggen en die zijn heel waardevol gebleken.”

Is het wel een onderwerp dat tot de verbeelding spreekt?

Colette: “Nou, het is natuurlijk best nieuw erfgoed en eigenlijk nog niet zo bekend. Daar willen wij graag verandering in brengen. Het is een bijzonder gegeven dat er toen een hoge dreiging was waarvoor ontzettend veel bedacht is dat nooit is gebruikt.”

Rutger: “Behalve dan voor oefeningen. En de noodbestuurspost is nog gebruikt tijdens de Golfoorlog in 1991.”

Colette: “Onder meer de PTT en de BB (Bescherming Bevolking, een vrijwilligersorganisatie uit de jaren vijftig tot de jaren tachtig, red.) gebruikten de bunkers voor hun oefeningen. Het luchtalarm werd in die tijd geactiveerd. En er werd toen permanent geld opgeslagen voor noodsituaties in de ondergrondse kluis van het gebouw van de Nederlandsche Bank aan de Ampèrestraat. Dat gebouw is daarna nog lange tijd een politievestiging geweest, trouwens. Wij konden er in het begin van ons onderzoek nog niet terecht.”

Wat is eigenlijk jullie achtergrond?

Colette: “Ik ben architectuurhistorica en werk onder meer bij de Nationale Monumentenorganisatie en bij De Hollandsche Molen. Daarnaast ben ik actief als zzp’er en op die manier kwam ik in contact met mensen die bezig waren met Koude Oorlog erfgoed in Den Haag.”

Rutger: “Eigenlijk zijn we hier allebei een beetje ingerold. Nadat ik mijn master Erfgoedstudies had afgerond in  Amsterdam, ben ik me gaan specialiseren als militair erfgoed expert. Dat gaat dan om erfgoed van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, het Interbellum en de Koude Oorlog. En daarnaast doe ik bouwhistorisch onderzoek en advisering voor gemeenten en rijksorganisaties.”

Colette: “En intussen doen we dus ook veel klussen samen op dit gebied.”

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Maar wat maakt juist dit onderwerp interessant?

Rutger: “Nou, zoals Colette net eigenlijk al aangaf, het is een nieuw en nog vrij onbekend terrein. Dus er valt nog heel veel te ontdekken. We kunnen hieraan bijdragen met nieuwe kennis en dat is uitdagend. Maar ook gewoon het idee dat er destijds zoveel voorbereidingen zijn getroffen op een allesvernietigende atoomoorlog. Een oorlog waarbij half Nederland weggevaagd zou worden en waarbij de andere helft waarschijnlijk onbewoonbaar zou zijn. Dan kun je beter heel erg je best doen om zo’n oorlog te voorkomen…

Omdat wij zelf allebei aan het einde van de Koude Oorlog geboren zijn, kunnen wij ons er misschien niet zoveel bij voorstellen. Maar als je de Tweede Wereldoorlog had meegemaakt, was je natuurlijk ontzettend bang voor weer een oorlog. Nederland is de oorlog toen niet goed voorbereid ingegaan en is er heel slecht uit gekomen. Dus het is misschien wel voorstelbaar dat die generatie al die voorzorgsmaatregelen nam.”

Colette: “En daarbij gingen ze eerst natuurlijk uit van gewone bommen. Maar eind jaren vijftig, begin jaren zestig kwam daar opeens die dreiging van de atoombom bij. En ook daar moest je je tegen zien te wapenen.”

Rutger: “Een atoomoorlog is een heel andere oorlog en die ontwikkeling ging heel snel. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zijn er al atoombommen gebruikt op Hiroshima en Nagasaki. Maar de bommen die ze later maakten, waren wel 3500 keer zo krachtig! Burgers moesten dus wel voorbereid zijn.”

Colette: “Tijdens de interviews waren er trouwens enkele mensen die zeiden dat ze zelf nooit in zo’n bunker zouden gaan. Ze hielpen dan wel mee met de voorbereidingen, maar als het erop aan was gekomen, hadden ze nooit hun vrouw en kinderen achtergelaten.”

Centrale rol voor Alkmaar

Colette: “In die voorbereidingen op een eventuele atoomoorlog speelde Alkmaar best wel een centrale rol. Dat gold sowieso al voor Amsterdam als hoofdstad. En ook voor Den Helder, omdat daar de marine zat. Beide steden zouden een doelwit zijn. En Alkmaar lag gunstig vanwege de windrichting. Met de veelvoorkomende (zuid)westenwind wind zou bij een atoomaanval op Amsterdam of Den Helder de wolk met radioactieve straling niet over Alkmaar gaan. Dan zou Alkmaar dus worden ‘gespaard’.  En dat zie je terug in de objecten die hier zijn aangelegd. Dat zijn bijna allemaal commandoposten. En die hadden dan weer links met andere steden, zoals Den Haag en Amsterdam.”

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Op 12 september gaan jullie rondleidingen geven in de atoombunker bij de voormalige telefooncentrale in Alkmaar

Wat is er bijzonder aan die bunker?

Colette: “Nou, dit is een NCO, een Nucleair Chemisch Onderkomen. De meeste schuilplaatsen uit de Koude Oorlog, daar ga je in vóór een aanval. Als het goed is, weet je dat die eraan komt. Dan kon je er twee weken verblijven om daarna weer veilig naar buiten te kunnen. Maar bij zo’n NCO zit dat anders. De PTT had natuurlijk een belangrijke taak in de communicatie en moest ervoor zorgen dat die intact bleef. Zij hadden een speciale Instandhoudingdienst.”

Rutger: “En het personeel dat dan in deze bunker verbleef, moest tussendoor ook naar buiten kunnen om bijvoorbeeld een kapotte communicatiekabel te repareren. Daar hadden ze speciale gaspakken voor. En een uitgebreid reinigingsritueel als je weer naar binnen ging.”

Colette: “Ze hadden ook allerlei meetsystemen binnen om steeds in de gaten te kunnen houden hoe het er buiten voorstond.”

Wat krijg je te zien tijdens de rondleiding?

Rutger: “We laten alle ruimtes zien en vertellen dan het verhaal dat erbij hoort. In de bunker zie je nog een heleboel dingen terug waaraan je de taken van de toenmalige Instandhoudingsdienst kunt herkennen. Wij weten nu hoe de verschillende ruimtes werden gebruikt en hebben ook de verhalen gehoord van mensen die destijds betrokken waren. Die brengen we graag over.”

Colette: “In het boek kun je bijvoorbeeld lezen over de oefeningen die ze deden destijds. Dan gingen er personeelsleden naar buiten, gehuld in groene gaspakken en met gasmaskers op. Zo reden ze dan door de Alkmaarse straten. Daar zijn toen veel mensen van geschrokken. De politie kreeg toen verschillende meldingen van mensen die zich afvroegen of er marsmannetjes door de straten gingen…”

Rutger: “Waarop de PTT besloot om die pakken voortaan maar achterwege te laten tijdens de oefeningen.”

Colette: “Er is ook veel geoefend met mogelijke scenario’s. Zoals bijvoorbeeld  dat er zogenaamd een kernbom op Den Helder viel, bij de marinehaven. En dan gingen ze daarna gezellig Chinees eten met elkaar. Daar hebben we nog foto’s van gekregen die ook in het boek zijn opgenomen. Maar als je meegaat met de rondleiding, zie je bijvoorbeeld dat de richels nog zichtbaar zijn van de zwevende vloeren. En de stalen noodluiken om van de ene naar de andere ruimte te gaan. Ook is het leuk om vanaf de nooduitgang naar boven te kijken. Die zit denk ik wel 8 meter onder de grond!”

Rutger: “En vergeet niet de fietsen die deel uitmaakten van de voorzieningen en die er nog steeds zijn. Die hadden een speciale functie, maar die gaan we hier niet verklappen. Dat vertellen we graag tijdens de rondleiding …”

Om weer even terug te komen op jullie boek. Kun je nog een paar opvallende dingen noemen die daarin naar voren komen?

Rutger: “Ja, het luchtwachtcentrum aan de Boezemsingel. Daar plotten dames van het Korps Luchtwachtdienst gespotte vliegtuigen op een kaart.  Er is een fotoalbum naar boven gekomen van een oud instructeur van het Korps Luchtwachtdienst. Hij gaf instructies aan vrijwilligers die verdeeld over heel Noord-Holland op torens en hoge gebouwen op de uitkijk stonden om die vliegtuigen te spotten. Die trainingen werden in de jaren vijftig en zestig gegeven aan de luchtwachters die de luchtwachttorens moesten bemannen.

Het feit dat we de kluis en de schuilplaats onder de voormalige Nederlandsche Bank uitgebreid hebben kunnen beschrijven, vind ik heel bijzonder. Maar wat ook interessant is, is de grote hoeveelheid aanpassingen die destijds zijn gedaan aan bruggen, vanuit de Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd. Naast die bruggen liggen nog steeds enorme bakken met schotbalken. Die konden ze in de sponningen hijsen die speciaal daarvoor waren aangebracht. Dit om de Alkmaarse grachten af te sluiten van het Noordhollandsch Kanaal en zo te voorkomen dat de Alkmaarse grachten zouden leegstromen als er een dijk van het kanaal zou worden gebombardeerd. Dan was er namelijk geen bluswater meer als ook de stad zou worden gebombardeerd.”

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

6000 mensen onder De Vest

Colette: “Het is gewoon zo fascinerend dat er destijds zoveel is gemaakt en gebouwd voor iets wat mogelijk ging gebeuren. Neem bijvoorbeeld de parkeergarage onder Theater de Vest. Die was bedoeld voor burgers om in te schuilen. Er zouden theoretisch gezien zesduizend mensen in kunnen. Het idee was dat iedereen in principe zelf thuis voor voorzieningen zorgde. Maar als je toevallig op straat was op het moment dat het luchtalarm ging, moest er toch een oplossing zijn. Onder De Vest ligt natuurlijk de ondergrondse parkeergarage met twee parkeerlagen. En tijdens ons onderzoek ter plekke, vonden wij nog twee stalen schuifdeuren, ingemetseld achter een muurtje en verscholen in een afgesloten ruimte. Dat was op basis van de plattegronden van destijds. De deuren bleken nog intact, er staan foto’s van in het boek.

Ik probeer me dan zo voor te stellen hoe dat gegaan zou zijn, als de garage werkelijk voor dat doel nodig zou zijn. Dan moesten natuurlijk eerst die auto’s eruit. Eén van de betrokkenen die wij hebben geïnterviewd vertelde dat dat in feite makkelijker was dan nu, want in die tijd kon je auto’s nog aandrijven met een slinger. En dan kon je ze er in feite uit duwen.”

Rutger: “En als er dan een hoog dreigingsniveau was, dan ging de BB, de Bescherming Bevolking aan de slag. In de Vestgarage waren bijvoorbeeld zit- en liggelegenheden. Die werden dan allemaal uitgeklapt.

Colette: “Er was ook een reinwaterkelder met drinkwater erin, voor het geval het gewone water niet meer drinkbaar was. Die kelder zit nu vol met gruis en afval. En er was een heel ingenieus luchtbehandelingssysteem, met enorme zand- en koolstoffilters. Daarmee kon twee weken lang de lucht worden gezuiverd en geventileerd voor de zesduizend schuilende burgers.”

Rutger: ‘Tegen die tijd, of eigenlijk al iets eerder, zou de radioactiviteit voldoende afgenomen zijn, werd toen gedacht.”

Inmiddels zijn we zoveel jaren verder en is de situatie opnieuw anders. Leggen jullie ook die link met het nu?

Colette: “Ja, zeker, in gesprekken over dit onderwerp komt ook de nieuwe spanning naar voren, die er op dit moment is in de wereld. Daar was overigens nog geen sprake van toen we met het onderzoek begonnen.”

Rutger: “Maar als je kijkt wat nu de dreiging zou zijn, dan gaat het om heel andere dingen. Dan denk je eerder aan het hacken van systemen, maar niet aan een atoomaanval, zoals in de Koude Oorlog.”

Rondleidingen in de atoombunker op Open Monumentendag

Op Open Monumentendag, zaterdag 12 september, verzorgen Colette en Rutger rondleidingen in de atoombunker onder De Telefooncentrale aan de Koelmalaan.
Meedoen kan met een gratis ticket. Kijk of er nog tickets beschikbaar zijn

Lezing bij Historisch Café Alkmaar op 17 september

Op 17 september verzorgen de auteurs een lezing bij Historisch Café Alkmaar.

Op de hoogte blijven?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief. Met drie keer per jaar met het digitale Erfgoed Magazine Alkmaar. Een week voor het Open Monumentendagweekend het volledige programma. En enkele keren per jaar de meest actuele erfgoednieuwtjes.

Erfgoed Magazine Alkmaar 76 zomereditie

De zomereditie van Erfgoed Magazine Alkmaar zit boordevol inspiratie voor Open Monumentendag. In de Grote Kerk kun je nu op ontdekkingstocht langs de graven met de Grote Zerk App.

Oude telefooncentrale met atoombunker

Open op Open Monumentendag met GRATIS ticket op zaterdag van 10 tot 17 uur. De Telefooncentrale is ontworpen in de periode 1964 tot 1972 door de Alkmaarse architect prof. Piet Tauber. Het pand is destijds gebouwd voor PTT Telecom.

Wat is er te doen in de Grote Kerk Alkmaar?

Er is van alles te zien en te beleven op Open Monumentendag, in een heleboel monumenten in Alkmaar.