Terug naar het overzicht

Dertiende-eeuwse kloostermoppen onder de loep

Een stukje hogere baksteenkunde

Maar liefst 29 kloostermoppen lagen er gisteren op tafel in het Archeologisch Centrum. Stenen van tussen de 3 en (vaker nog) zes kilo. Eén voor één uit het depot naar de werkruimte verplaatst voor een landelijk onderzoek onder de titel ‘Another brick in the wall’. “Een stukje hogere baksteenkunde,” zoals onze eigen Nancy de Jong het noemt.

Want hoe zit het nou precies met die kloostermop? “Daar weten ze eigenlijk betrekkelijk weinig vanaf,” vertelt Nancy. “Behalve dat ze ergens rond 1200 overgestapt zijn van tufsteen naar baksteen. Daarnaast is er ook nog nooit uitgebreid onderzoek gedaan naar bakstenen uit deze periode. Vanaf 1300 is er wel het één en ander gedocumenteerd, maar van die vroegste periode bijna niets. Het onderzoek is dan ook gericht op bakstenen uit de dertiende eeuw.”

Graven van Holland

“Wij waren gevraagd om mee te doen omdat Alkmaar ook een stad was waar de graven van Holland bezittingen hadden. Met destijds drie grafelijke kastelen, een grafelijk hof en mogelijk ook nog een huis bij de sluis, op de plaats van het pand ‘het Koning Willemhuis’ in de Pieterstraat. En omdat wij een goed georganiseerd depot hebben, konden wij de kloostermoppen die wij ooit vonden bij opgravingen zo op tafel leggen.”

Maar wat maakt ze het onderzoeken waard? “Nou die stenen worden dus met de hand gemaakt. Iemand drukt die klei in een houten mal. En omdat ze soms wel zes kilo wegen, kan dat niet in één keer. Dat gebeurt dan bijvoorbeeld in drie brokken. Die drukken ze er na elkaar in en zo ontstaan naden, die je na het bakken nog kunt zien. Dat gebeurt allemaal op de grond en dat laat soms ook sporen na. Zo zie je soms afdrukken van takjes aan de onderkant van zo’n steen. Na het vullen van de mal, schrapen ze aan de bovenkant de klei eraf en ook dat kun je later terugzien. Net als het effect van de manier waarop de mal van de steen af is getrokken. Dan trek je altijd een beetje klei mee omhoog. En wat je ook terugvindt, is zand. Want zoals je bij het bakken van brood eerst wat bloem in de vorm doet, deden ze dat bij het bakken van stenen met zand.”

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Kattenpootjes

“Maar wat je ook tegenkomt in de stenen, zijn afdrukken van vingers en kattenpootjes. Die klei is natuurlijk zacht en die moest een poosje buiten blijven liggen om te drogen. En tijdens dat proces liep er wel eens een kat overheen. Was de klei dan halfdroog, dan kon je de steen oppakken en daarbij liet je afdrukken achter van je vingers. En als je dan nu zo’n steen bekijkt, dan voel en zie je die sporen. Dat is echt wel bijzonder om je duim in de duimafdruk te leggen van iemand die die steen 750 jaar geleden heeft gevormd!”

Waren er ook dingen die de onderzoekers niet eerder zagen? “Ja, zeker! We hadden één steen met een eigenaardige driehoekige indruk in de zijkant. Rob Roedema, onze voormalige collega die ons nog steeds helpt als vrijwilliger was erbij. Hij was ook bij de opgraving van het grootste deel van de kloostermoppen en hij zei meteen: ‘dat lijkt wel de punt van een middeleeuwse schoen’. Nou, zo’n schoentje konden we meteen uit ons depot halen en dat bleek inderdaad naadloos te passen…

(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)

Riet of stro

Er was ook een steen die aan verschillende kanten indrukken had van riet of stro. Dat waren de onderzoekers niet eerder tegengekomen. Misschien om de steen tijdens het drogen te beschermen tegen de regen? Zo komen ze overal weer andere dingen tegen. En al die sporen brengen ze nu in kaart.

Uiteindelijk hebben ze zestien van onze stenen ter plekke bekeken. En die gaan ze vergelijken met de stenen van andere plekken in Nederland en Vlaanderen. Hoe is deze steen afgestreken, hoe zit het met de bezanding? En wat zijn de maten en het gewicht? De ene steen is veel dichter gebakken dan de andere. Dat zie je dan terug in het gewicht. Bij ons variëren ze 3,25 tot bijna 6,5 kilo per steen.

Another brick in the wall

Het project ‘Another brick in the wall’ is mogelijk gemaakt door het innovatiefonds van Stichting Reuvens. Dit omdat baksteen nog nooit zo uitgebreid methodisch is onderzocht. In tegenstelling tot gebruiksaardewerk, waar al veel meer over bekend is. De onderzoekers van dit project ontwikkelen een analysemethode en zijn op zoek naar de meest effectieve manier om meer te weten te komen over deze middeleeuwse bakstenen. Dan gaat het om de oorsprong, de productie, de verspreiding en de datering van deze vroegste Nederlandse baksteen. Hiervoor werken ze samen met verschillende instellingen in Nederland en Vlaanderen die bakstenen in hun beheer hebben.

De Alkmaarse stenen werden stuk voor stuk bekeken door Edwin Orsel van Erfgoed Leiden en Gabri van Tussenbroek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Collega Sam Blonk zorgde voor de registratie. Nancy: “Dit was een superleuke en ook heel leerzame dag. Heel blij dat we op deze manier kunnen bijdragen aan dit onderzoek!”

Op de hoogte blijven?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief. Met drie keer per jaar met het digitale Erfgoed Magazine Alkmaar. Een week voor het Open Monumentendagweekend het volledige programma. En enkele keren per jaar de meest actuele erfgoednieuwtjes.