Erfgoed uit de Koude Oorlog
Maar weinig mensen weten dat in Alkmaar twee ondergrondse atoomschuilplaatsen en drie commandoposten uit de Koude Oorlog (1948–1991) bewaard zijn gebleven. Deze bunkers liggen goed verborgen. Ze vormen bijzonder erfgoed uit de Koude Oorlog en laten zien hoe ingrijpend de voorbereidingen waren op een mogelijk allesvernietigende atoomoorlog. Zoals bijvoorbeeld de atoombunker, ofwel Nucleair Chemisch Onderkomen bij de oude telefooncentrale.
De dreiging die tijdens de Koude Oorlog uitging van de Sovjet-Unie was zo groot dat Nederland serieus rekening hield met een vijandelijke aanval waarbij atoomwapens zouden worden ingezet. In dat scenario zouden grote delen van het land worden verwoest, met honderdduizenden doden en gewonden tot gevolg.
Als voorbereiding op een mogelijke nieuwe wereldoorlog werd in Nederland een parallelle, ondergrondse leefwereld gerealiseerd. Die bestond uit een uitgebreid netwerk van bunkers, schuilplaatsen, commandoposten en andere objecten, bedoeld om het land tijdens een (nucleaire) oorlogsdreiging of aanval te kunnen verdedigen en vanuit beschermde onderkomens te blijven besturen. Ook in Alkmaar zijn hiervan nog diverse voorbeelden terug te vinden. Sommige zichtbaar, andere ondergronds en verborgen.
Amsterdam was als hoofdstad een potentieel doelwit voor een atoomaanval, evenals de marinehaven in Den Helder en de zeesluizen van IJmuiden. Bij de veelvoorkomende windrichting uit het (zuid)westen zou een radioactieve neerslagwolk Alkmaar niet rechtstreeks treffen. Daarom zijn gedurende de Koude Oorlog verschillende militaire en civiele regionale functies in Alkmaar geconcentreerd. Hierdoor beschikt de stad tegenwoordig over een bijzondere verzameling erfgoed uit de Koude Oorlog, die nog altijd grotendeels bewaard is gebleven.
Nucleair Chemisch Onderkomen (NCO)
Twee zware, groene, stalen drukdeuren geven toegang tot het Nucleair Chemisch Onderkomen (NCO) voor het PTT-personeel onder de voormalige PTT-districtscentrale aan de Koelmalaan in Alkmaar. Het is een grote Koude Oorlog-bunker die tot veertien dagen geheel afgesloten van de buitenwereld kon functioneren.
Tijdens de Koude Oorlog zou de Instandhoudingsdienst van het toenmalige overheidsbedrijf Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT, nu KPN) hier schuilen bij oorlogshandelingen. De dienst moest dan het belangrijke communicatienetwerk onderhouden en herstellen, ook wanneer de kabels na bombardementen waren beschadigd. Goed kunnen communiceren is uiteraard uiterst belangrijk tijdens een vijandelijke aanval. Daarin speelden de PTT-monteurs een belangrijke sleutelrol. Zij moesten de bunker daarom veilig kunnen verlaten en terugkeren, ook na een atoomaanval. In het NCO is goed afleesbaar hoe zij deze oorlogstaak zouden uitvoeren vanuit de bunker.
Voor de telefoonverbindingen gebruikte de PTT een landelijk netwerk van telefoondistrictscentrales. In tijden van oorlog of bij een hoge dreiging was communicatie via de telefoon van groot belang. Zo konden Defensie, overheden, de Bescherming Bevolking en andere instanties de regie blijven houden en de oorlogssituatie kunnen blijven coördineren. Hiervoor waren vanaf de districtscentrale explosievrije kabels en telefoonlijnen in de grond aangelegd.
De regering stelde de PTT verantwoordelijk voor het treffen van extra maatregelen in oorlogstijd om vitale PTT-onderdelen te beschermen en te voorkomen dat communicatieverbindingen tijdens of direct na een vijandelijke aanval zouden worden verstoord. Binnen de PTT-districten werd een nieuw soort ondergrondse centrale ontworpen, genaamd ‘Nucleair Chemisch Onderkomen’, kortweg NCO. De NCO’s zijn zeer stevige bunkers. Zoals de naam het al zegt, diende het NCO bescherming te bieden tegen alle effecten van een nucleaire explosie en tegen aanvallen met biologische en chemische strijdmiddelen, hetzij plotseling met hoge concentratie of gedurende langere tijd met lage concentratie. De PTT ontwikkelde een standaard ontwerp voor het NCO waarvan meerdere in het land zijn aangelegd, waaronder deze in Alkmaar met bouwjaar 1970.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


Districtscentrale
In het hedendaagse bedrijfsverzamelgebouw De TelefoonCentrale aan de Koelmalaan bevond zich de PTT-districtscentrale voor Noord-Holland Noord. Onder het plein voor De TelefoonCentrale ligt nog het NCO. Het onderkomen werd continu operationeel gehouden, zodat in geval van nood, wanneer het NCO bemand moest worden, alle apparatuur en de voorraden in de bunker aanwezig zouden zijn. Het technisch personeel van de Instandhoudingsdienst zorgde ervoor dat het telefoonnet bleef functioneren, zowel in vredestijd als in oorlogstijd. In de bunker was een commandopost ingericht die controleerde welke lijnen nog functioneerden of dat er acuut iets gerepareerd moest worden. Als de telefoonverbindingen er niet lagen of defect waren, moest de buitendienst naar buiten om de verbindingen aan te leggen of te herstellen. Dit gebeurde in volledig gaspak ter bescherming tegen de effecten van een nucleaire explosie of biologische en chemische gassen, een “marsmannetjespak”.
Jan Dekker, oud-medewerker bij de PTT, vertelt (download hier de pdf)
“De eerste keer gingen wij voor een oefening in beschermde gaspakken met persluchttanks naar buiten en gingen we in zo’n groene PTT-auto richting Heiloo. Op een gegeven moment werden we door de politie aan de kant gezet met de vraag wat we aan het doen waren. Er waren blijkbaar verontrustende telefoontjes binnengekomen bij de politie dat er in Alkmaar marsmannetjes in een groen autootje werden gesignaleerd. Vanaf toen werd besloten tijdens de oefeningen niet meer met perslucht naar buiten te gaan. Maar we hadden wel een leuke ervaring!”
Commando
Het NCO heeft een grootte van 625 m² en beschikte over een commandoruimte, een berichtencentrum en een handcentrale. Deze waren ondergebracht in ruimtes met zwevende vloeren om de apparatuur te beschermen tegen schokken na een bombardement. Deze ruimtes zijn omgeven met staalplaten die een Kooi van Faraday vormen, zodat de apparatuur beschermd was tegen elektromagnetische straling. De bunker heeft daarnaast een uitgebreid sluissysteem met een druksluis, een reinigingssluis en een ontsmettingsruimte. Het onderkomen beschikte over twee ziekenzalen voor eventueel ziek geworden PTT-medewerkers die buiten aan te veel straling waren blootgesteld. Daarnaast waren een noodstroomaggregaat met olietanks, uitgebreid luchtsysteem met zandfilters en koolstoffilters en watertanks aanwezig. Ook was er een kantine voor ontspanning waar tijdens oefeningen Chinees werd gegeten, evenals drie slaapzalen voor mannen en vrouwen gescheiden.
Het PTT-personeel heeft veel bijzondere herinneringen aan deze grote commandopost. Zij oefenden namelijk regelmatig in de ondergrondse bunker en hiervan zijn foto’s en sprekende herinneringen opgenomen in het boek. Veel interieurelementen zijn verwijderd, maar het verhaal van het NCO is nog zeer goed herkenbaar.
(Klik op de foto voor het onderschrift. Tekst gaat verder onder de foto’s)


Overig Koude Oorlog-erfgoed in Alkmaar
In Alkmaar zijn, naast de NCO, nog twee ondergrondse atoomschuilplaatsen en twee commandoposten uit de Koude Oorlog bewaard gebleven:
Kringcommandopost en vredeskantoor Bescherming Bevolking (BB)
Het luchtalarm dat elke eerste maandag van de maand klinkt, is een overblijfsel van de Bescherming Bevolking (BB). Tijdens de Koude Oorlog activeerde Gerard Rijswijk, hoofd verbindingen bij de BB, vanuit de commandopost onder het BB-kantoor aan de Frans Halsstraat het luchtalarm voor de regio Alkmaar. De commandopost en het kantoor bestaan nog steeds en zijn tegenwoordig in gebruik als gezondheidscentrum.
Openbare schuilplaats in parkeergarage De Vest
De ondergrondse parkeergarage werd in 1979 gebouwd met een dubbelfunctie: het onderste parkeerdek kon in geval van nood luchtdicht worden afgesloten en functioneren als openbare atoomschuilplaats voor maar liefst 6.000 personen. Achter deuren in de parkeergarage bevinden zich nog altijd originele elementen van de atoomschuilplaats, zoals de zware stalen schuifdeuren en delen van het luchtfiltersysteem.
Noodbestuurspost
Onder het stadhuis van Alkmaar ligt een kleine noodbestuurspost uit 1970, gebouwd als atoombunker voor de burgemeester en zijn staf om de stad tijdens een crisis te blijven besturen. De bunker was volledig ingericht, met onder meer een commandoruimte, slaapruimte, luchtfilters en een noodstroomvoorziening. Via een tien meter lange vluchtgang konden de gebruikers het stadhuis verlaten als de toegang tot de noodbestuurspost was geblokkeerd door puin. Lees meer op de pagina met verhalen over het stadhuis.
Luchtwachtcentrum van het Korps Luchtwachtdienst
Achter de gevel van Boezemsingel 2 bevond zich tijdens de Koude Oorlog het luchtwachtcentrum van het Korps Luchtwachtdienst (KLD) voor Noord-Holland. Vrijwillige plotsters, zoals Simona Sander, verwerkten hier vliegtuigmeldingen van luchtwachters om laagvliegende vliegtuigen te volgen, omdat radar destijds niet alles kon waarnemen. Het gebouw uit 1953 is later verbouwd tot appartementen.
Bedrijfsschuilplaats en kluis van De Nederlandsche Bank
In de kelder van De Nederlandsche Bank aan de Ampèrestraat (bouwjaar 1985) bevinden zich een enorme geldkluis en een atoomschuilplaats, beide gebouwd met dikke muren van gewapend beton. De schuilplaats was bedoeld voor personeel dat tijdens een oorlog de uitgifte van noodgeld voor Noord-Holland Noord moest blijven verzorgen. Zowel de atoomschuilplaats als de kluis zijn nog vrijwel volledig intact.
Waterkeringen met een functie in oorlogstijd
Tijdens de Koude Oorlog hield men rekening met een aanval waarbij de dijken van het Noordhollandsch Kanaal konden worden gebombardeerd, waardoor het water uit de Alkmaarse grachten zou wegstromen met grote gevolgen voor de brandbestrijding. Om dit te voorkomen waren bij verschillende bruggen sluisdeuren aangebracht of konden de verbindingen tussen de grachten en het kanaal worden afgesloten met schotbalkkeringen in daarvoor aangebrachte sponningen. Deze zijn nog altijd aanwezig en de schotbalken met een functie in oorlogstijd heb je waarschijnlijk al eens gezien, zonder te weten waartoe ze dienden.
Wil je meer hierover lezen? In het rijk geïllustreerde boek Schuilen voor de atoombom in Alkmaar, het erfgoed van de Koude Oorlog, geschreven door Rutger Noorlander en Colette Cramer, worden deze sprekende overblijfselen van een recente, zeer bewogen periode uitgebreid besproken.
Op de hoogte blijven?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief. Met drie keer per jaar met het digitale Erfgoed Magazine Alkmaar. Een week voor het Open Monumentendagweekend het volledige programma. En enkele keren per jaar de meest actuele erfgoednieuwtjes.
